Iwtr.:
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
2. In afwijking van het eerste lid:
a. treden de artikelen 1.7, onderdeel A, 1.10, onderdelen B, C, D, F, wat betreft artikel 13, tweede lid, en H, tweede lid, 1.13, onderdelen H, K en L, 1.18, onderdelen A tot en met D, en 1.20, onderdeel A, in werking met ingang van 1 januari 2007;
b. treedt artikel 1.11, onderdelen A en B, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip en werken deze onderdelen terug tot en met 1 januari 2006;
c. treedt artikel 2.3 in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip en werkt het terug tot en met 1 januari 2006;
d. treden de artikelen 1.2, 1.5, 1.6, onderdeel B, 1.15, 1.16, 2.2, onderdeel A, 2.7, onderdeel A, 6.1, 6.2, 6.4, 8.4 en 8.8 in werking op het tijdstip waarop de Wet toelating zorginstellingen in werking treedt;
e. treden de artikelen 6.3 en 6.5 in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, met dien verstande dat zij, indien de Wet toelating zorginstellingen in werking is getreden voor de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dat koninklijk besluit wordt geplaatst, in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en terugwerken tot het tijdstip waarop die wet in werking is getreden.
3. Artikel 1.17, onderdeel A, werkt terug tot en met 16 april 2004.
(ARTIKEL 9.2)
1. Algemeen
a. Inleiding
De Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet (I+A-wet Zvw) regelt, in verband met de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet op de zorgtoeslag (Wzt), de intrekking van de Ziekenfondswet (Zfw), de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 (Wtz 1998), de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden (Wet MOOZ) en een groot aantal andere wetten. Ook bevat de I+A-wet Zvw wijzigingen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en vele andere wetten die met de invoering van de Zvw en de Wzt samenhangen, wijzigingen in de Zvw en de Wzt en een aantal overgangsrechtelijke bepalingen die noodzakelijk zijn met het oog op de intrekking van de reeds genoemde wetten en zorgvuldige invoering van de Zvw en de Wzt.
Door de intrekking van de Zfw, de Wtz 1998, de Wet MOOZ en andere wetten komen van rechtswege alle op die wetten gebaseerde algemene maatregelen van bestuur (amvb's) en alle op die wetten en amvb's gebaseerde ministeriële regelingen te vervallen. Ook regelingen van andere bestuursorganen dan de minister (zoals het College voor zorgverzekeringen [CVZ], het College toezicht zorgverzekeringen [CTZ] en de Stichting uitvoeringsorganisatie omslagregeling [Suo]) die zijn vastgesteld op grond van een bij of krachtens de genoemde wetten toegekende bevoegdheid, komen met de intrekking van de wetten en het vervallen van de amvb's en regelingen van rechtswege te vervallen.
Beschikkingen van de minister of de genoemde andere bestuursorganen die zijn vastgesteld of genomen op grond van een bij of krachtens de genoemde wetten toegekende bevoegdheid, hebben nog slechts betekenis voor zover het de correcte afwikkeling van de vervallen wetgeving betreft.
In bijlage 1 bij deze nota is een overzicht opgenomen van de amvb's en regelingen die van rechtswege zijn komen te vervallen. Aldus ontstaat voor eenieder maximale duidelijkheid omtrent de effecten van deze wetgevingsoperatie voor de geldende regelgeving.
Op de inwerkingtreding van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi), waarbij o.a. het toelatingsstelsel van de Zfw en de AWBZ wordt vervangen door een toelating op grond van de WTZi, heeft gevolgen voor de lagere regelgeving.
De wet vervangt de Wet ziekenhuisvoorzieningen (Wzv) en voorziet dan ook in intrekking van die wet; zij bevat ook een overgangsrechtelijke bepaling die een deel van de uitvoeringsregelgeving op grond van de Wzv op nieuwe grondslag doet voortbestaan; deels wordt die regelgeving overigens in het Uitvoeringsbesluit WTZi en de Regeling verslaggeving WTZi aangepast dan wel alsnog ingetrokken. De toelichting bij de genoemde regeling bevat een opsomming van regelgeving op basis van de Wzv die door intrekking van die wet van rechtswege is komen te vervallen.
De WTZi voorziet ook in intrekking van de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening (TVwmd); ook uitvoeringsregelgeving op grond van die wet (vaak eveneens berustend op de AWBZ) verliest daarmee haar rechtsbasis en vervalt dus van rechtswege; daarom is ook die regelgeving in bijlage 1 opgenomen.
De WTZi regelt de toelating van instellingen die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat ingevolge de AWBZ of ingevolge de zorgverzekering, geregeld in de Zvw. De WTZi bevat in verband daarmee een wijziging van de AWBZ die bestaat uit het schrappen van de bepalingen inzake toelating van zorginstellingen (artt. 8 tot en met 8h van de AWBZ). De in het verleden afgegeven beschikkingen inzake erkenning of toelating op grond van de AWBZ of de Zfw verliezen daarmee hun werking (ook deze zijn in bijlage 1 opgenomen). In artikel 41 van de WTZi is overigens erin voorzien dat toelatingen op grond van de Zfw en AWBZ gelden als toelating ingevolge die wet.