Wet zorgtoeslag Wet van 16 juni 2005, houdende regels inzake de aanspraak op een financiële tegemoetkoming in de premie van een zorgverzekering vanwege een laag inkomen (Wet op de zorgtoeslag), Stb. 2005, 369.

Iwtr.: 1 januari 2006 (Besluit van 9 december 2005 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toelating zorginstellingen, de Zorgverzekeringswet, de Wet op de zorgtoeslag en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet, Stb. 2005, 649).



Toelichting

"Het kabinet heeft in het Hoofdlijnenakkoord (HA) besloten tot een modernisering van het zorgverzekeringsstelsel. Het doel is te komen tot een doelmatig werkend stelsel waarmee alle ingezetenen van Nederland, ongeacht leeftijd, gezondheidstoestand of inkomen toegang krijgen tot noodzakelijke zorg van goede kwaliteit. Dat besluit is uitgewerkt in de vorm van het voorstel van een Zorgverzekeringswet en het parallel daaraan ingediende onderhavige wetsvoorstel.

De doelmatigheid in het stelsel wordt bewerkstelligd door middel van zorgverzekeraars die onderling concurreren om de gunst van de verzekerden. De zorgverzekeraars worden geprikkeld om die concurrentie zoveel mogelijk tot uiting te laten komen door hun wijze van zorginkoop, waarmee zij een optimale mix van kwaliteit en betaalbaarheid van zorg voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. De verzekerden zullen jaarlijks kunnen wisselen van zorgverzekeraar.
Laatstgenoemde krijgt daartoe een wettelijke acceptatieplicht.

De doelmatigheid van het stelsel wordt verder ondersteund door het kostenbewustzijn en de eigen verantwoordelijkheid van burgers te vergroten. De helft van de totale macropremielast zal in de vorm van een nominale premie door de burgers worden gedragen. Dat bevordert het kostenbewustzijn. In aanvulling daarop komt er een no-claim-teruggaveregeling. Hiermee krijgen burgers een financiële prikkel om hun zorggebruik zo beperkt mogelijk te houden.

De noodzakelijke zorg dient niet alleen doelmatig verleend te worden, maar ook voor iedereen toegankelijk te zijn. Dit wordt bereikt door de al genoemde acceptatieplicht, door het verbod om voor gelijke polissen de premies tussen verzekerden te differentiëren en door een adequaat risicovereveningssysteem. Risicoselectie op gezondheidskenmerken wordt zodoende voor het wettelijk te verzekeren pakket voorkomen.

De tweede pijler onder de toegankelijkheid is van financiële aard. Hiervoor introduceert het kabinet, door middel van dit wetsvoorstel, de zorgtoeslag. Deze zorgtoeslag waarborgt dat niemand een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat aan de hand van het voorstel als aanvaardbaar wordt berekend. De lasten van premies die daar boven uitstijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag. Met de zorgtoeslag wordt een belangrijke relatie gelegd tussen draagkracht en de berekende premielast. Zo krijgt de solidariteit die in het huidige stelsel op diverse wijzen, direct en indirect, is georganiseerd, een duidelijke en herkenbare plaats in het nieuwe stelsel.

Maatgevend voor de premielasten zijn niet de feitelijke, door de burger betaalde premies, maar het gemiddelde van de premies zoals die zich in de markt voordoen. Op deze wijze worden burgers gestimuleerd om kritisch te zijn ten aanzien van de aangeboden verzekeringspolissen. Zou van de werkelijke premie worden uitgegaan, dan zou een hoger dan gemiddelde premie via een hogere zorgtoeslag worden gecompenseerd en zou er voor de verzekerde geen incentive bestaan om op zoek te gaan naar een polis met een lagere premie. Daarmee zou de prikkel verdwijnen om de verzekeringspolis ook te beoordelen op de prijs. Naast deze compensatie van premielasten voor verzekerden, bestaat ook nog de fiscale buitengewone-uitgavenregeling.

Op grond daarvan kunnen burgers bij de berekening van de inkomstenbelasting, onder de in de belastingwetgeving gestelde voorwaarden, zorgkosten voor fiscale aftrek in aanmerking brengen. Daar staat tegenover dat verrekening van kosten tegen het belastingtarief per definitie partieel is. Voorzover wel het recht op aftrek bestaat, maar er onvoldoende inkomen is om de aftrek te verzilveren, kan uitbetaling plaatsvinden op grond van de tegemoetkomingsregeling buitengewone uitgaven. Dit complex van regelingen zal in technische zin nader worden bezien op zijn onderlinge samenhang. In het bijzonder betreft dat de vorm waarin de tegemoetkomingsregeling buitengewone uitgaven na afloop van het tijdelijke besluit per 1 januari 2006 wordt voortgezet. In de Miljoenennota 2006 worden de definitieve inkomenseffecten gepresenteerd.

De toelichting bij de Zorgverzekeringswet geeft de richting en de mate van inkomenseffecten weer die beoogd worden. De gemiddelde (nominale) premie voor een zorgverzekering, verminderd met het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde naar verwachting in het daaropvolgende jaar aan no-claim vergoeding terug ontvangt, wordt in deze wet aangeduid als de standaardpremie. De toetsing van de zorgtoeslag is onafhankelijk van het feit of een burger wel of geen no-claimteruggaaf ontvangt. De zorgtoeslag is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van het Rijk en valt als zodanig onder de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

De uitvoering van deze regeling wordt in handen gelegd van de Belastingdienst Toeslagen. De zorgtoeslag wordt - bij een tijdige aanvraag - uitbetaald in twaalf termijnen te beginnen in de maand december voorafgaand aan het jaar waarover de zorgtoeslag wordt berekend. Deze systematiek brengt mee dat maandelijks een bedrag aan zorgtoeslag wordt ontvangen, over het algemeen iets eerder dan de betaling van de nominale premie aan de verzekeraar plaats vindt."

Bron: MvT, TK 2003-2004, 29 762, nr. 3.

Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 29 oktober 2006.
Home