Wet toelating zorginstellingen Wet van 20 oktober 2005 tot vereenvoudiging van het stelsel van overheidsbemoeienis met het aanbod van zorginstellingen
(Wet toelating zorginstellingen),
Stb. 2005, 571;

Inwerkingtreding: 1 januari 2006 (Besluit van 9 december 2005 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toelating zorginstellingen, de Zorgverzekeringswet, de Wet op de zorgtoeslag en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet,
Stb. 2005, 649).


Laatstelijk gewijzigd bij:


Wet van 9 maart 2006 tot wijziging van de Wet toelating zorginstellingen (Stb. 2006, 152),

Iwtr.: 1 april 2006 (Besluit van 21 maart 2006 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 9 maart 2006 tot wijziging van de Wet toelating zorginstellingen (Stb. 152), Stb. 2006, 153).


Top


Toelichting

Dit wetsvoorstel dient ter begeleiding van de overgang van een stelsel van centrale aanbodsturing, waarbij de capaciteit van de zorginstellingen normatief door de centrale overheid wordt bepaald, naar een decentraal vraaggericht stelsel, waarbij die capaciteit wordt bepaald door de bij de zorgverlening betrokken partijen (consumenten, instellingen en verzekeraars) en de centrale overheid zich beperkt tot het stellen van randvoorwaarden waarbinnen decentrale partijen (verzekeraars en aanbieders) moeten handelen (decentraal vraaggericht).

De Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV) en de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening (TVWMD) worden ingetrokken. Het voorstel brengt geen verandering in de taken en de positie van de Wet op bijzondere medische verrichtingen (WBMV), de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG), de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Met betrekking tot de afbakening van de taken en verantwoordelijkheden van de zelfstandige bestuursorganen sluit het voorstel aan bij de Wet uitvoeringsorganen volksgezondheid (Stb. 1999, 185).

Het algemene deel van deze toelichting is als volgt ingedeeld.
In deze inleiding gaan wij in op de achtergronden van dit voorstel.
In hoofdstuk 2 geven wij een korte samenvatting van het wetsvoorstel.
Hoofdstuk 3 gaat over de uitvoeringstoetsen en geeft kort de bevindingen van het College voor zorgverzekeringen, het College bouw ziekenhuisvoorzieningen, het College sanering ziekenhuisvoorzieningen en het College tarieven gezondheidszorg weer.
Hoofdstuk 4 schetst de hoofdlijnen van het voorstel.
Hoofdstuk 5 beschrijft de taken en positie van de zelfstandige bestuursorganen die in dit voorstel een rol spelen: het College voor zorgverzekeringen, het College bouw zorginstellingen en het College sanering zorginstellingen.
In hoofdstuk 6 besteden wij aandacht aan de overgangssituatie, in hoofdstuk 7 aan de financiële aspecten van dit voorstel en in hoofdstuk 8 bespreken wij de deregulering die met dit voorstel wordt bereikt.
Hoofdstuk 9 gaat over de europeesrechtelijke aspecten en hoofdstuk 10, tenslotte, over de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van dit voorstel.

Bron: MvT, TK 2000-2001, 27 659, nr. 3.


Top


Deze wet vervangt de Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV).

De nieuwe wet bepaalt dat zorginstellingen een toelating moeten hebben om verzekerde zorg (die ten laste van Zorgverzekeringswet of AWBZ kan worden gebracht) te mogen leveren.
De WTZi maakt het mogelijk de huidige regulering van de bouw van zorginstellingen geleidelijk af te bouwen. Zorginstellingen kunnen hun aanbod dan beter afstemmen op de wensen van cliënten en patiënten (locatie, groot- of kleinschalige opzet).
Met deze toelatingswet kunnen wel eisen gesteld worden aan de transparantie van de bestuursstructuur en de bedrijfsvoering van zorginstellingen.
Voor de acute zorg stelt de WTZi wel specifieke eisen omdat de bereikbaarheid hiervan van te groot belang is om aan de markt over te laten.

Bron: Jaarverslag VWS 2005, TK 2005-2006, 30 550, nr. 1.

Terug naar: Wet op de lijkbezorging.

Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 29 oktober 2006.
Home