Wet van 26 februari 1998, houdende regelen inzake medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen),
Stb. 1998, 161;

Iwtr:
- de artikelen 1 tot en met 13, 19 tot en met 23, 27 tot en met 31 en 33 tot en met 37: met ingang van 1 december 1999 (Besluit van 13 november 1999, houdende inwerkingtreding van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen,
Stb. 1999, 486);
- de artikelen 14 en 15: met ingang van 1 april 1999 (Besluit van 23 maart 1999, houdende gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen,
Stb. 1999, 145.

Gewijzigd bij:

Wet van 2 maart 2005 tot wijziging van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (oplossen van enige knelpunten),
Stb. 2005, 176;


Iwtr.: 1 mei 2005 (Besluit van 13 april 2005, houdende inwerkingtreding van de Wet van 2 maart 2005 tot wijziging van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (oplossen van enige knelpunten) (Stb. 176),
Stb. 2005, 205.


En bij:

Wet van 24 november 2005 tot wijziging van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening ter implementatie van richtlijn nr. 2001/20/EG inzake de toepassing van de goede klinische praktijken bij de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik (Wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen),
Stb. 2006, 3.


Iwtr.: 1 maart 2006 (Besluit van 31 januari 2006, houdende vaststelling tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 24 november 2005 tot wijziging van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening ter implementatie van richtlijn nr. 2001/20/EG inzake de toepassing van de goede klinische praktijken bij de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik (Wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen, Stb. 2006, 57).

Top

De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen: toelichting

Een belangrijk doel van deze wet is om bescherming te bieden aan proefpersonen die deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. In Nederland is de afgelopen twintig jaar een gedegen praktijk gegroeid van medisch-wetenschappelijk onderzoek met proefpersonen en de medisch-ethische toetsing van dergelijk onderzoek. De WMO legt deze praktijk vast.

Nieuw is dat de bestaande organisatie van de toetsing wordt uitgebreid met een centrale commissie voor medisch-wetenschappelijk onderzoek, kortheidshalve ook de centrale commissie mensgebonden onderzoek genoemd (CCMO). Deze heeft onder andere als taken het erkennen van de lokale toetsingscommissies en het verzamelen en bewaren van de protocollen van medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. De centrale commissie toetst in een aantal gevallen zelf de protocollen van medisch-wetenschappelijk onderzoek.

Zie ook: de Beleidsnota Biotechnologie (TK 2000-2001, 27 428, nr. 2).

Top


GELIJKE BEHANDELING EN MEDISCH-WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Bij medisch-wetenschappelijk onderzoek bestaat ten onrechte weinig of geen aandacht voor het recht op gelijke behandeling.
Dit is de belangrijkste conclusie uit een advies d.d. 1 september 2006 van de Commissie Gelijke Behandeling over de vraag of mensen van deelname als proefpersoon mogen worden uitgesloten op grond van hun ras, geslacht en/of seksuele gerichtheid.

Het advies Selectie van proefpersonen zonder verboden onderscheid is geschreven op verzoek van het Meldpunt Discriminatie Amsterdam (MDA), de Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) en de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO).


Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 9 november 2006.
Home