Iwtr.: 31
december 1997
(Besluit van 24
december 1997, Stb. 1997, 771.
“Reden voor de wijziging was dat tijdens de plenaire behandeling in de
Eerste Kamer van het initiatiefwetsvoorstel op de medische keuringen
(kamerstukken II 1996/97, 23 259, nr. 91) de Kamer de wens te kennen gegeven
heeft de in de wet voorgeschreven beperking van medische keuringen bij het
aangaan of wijzigen van arbeidsverhoudingen in de particuliere sector eveneens
van toepassing te laten zijn op aanstellingen in openbare dienst. Ook werd het
wenselijk geacht de vragengrens voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen te
bepalen als een bedrag in plaats van als een percentage van het inkomen. Ten
slotte diende een taalfout te worden gecorrigeerd. De regering heeft op zich
genomen om op korte termijn een wijzigingsvoorstel op de inmiddels door het
parlement aanvaarde wet in te dienen, dat aan deze wensen tegemoetkomt
(Handelingen I 1996/97, blz. 1163–1168, blz. 1175 en blz. 1176). Het onderhavige
wetsvoorstel beoogt daarin te voorzien.”
De wet heeft Europeesrechtelijke implicaties. Zie daarvoor de brief van de minister van VWS d.d. 4
juni 1996 en het commentaar d.d. 27 augustus 1996 van de landsadvocaat.
“1. Inleiding
Hierbij bied ik
u, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de
heer Hoogervorst, het eerste evaluatierapport aan over de Wet op de Medische
Keuringen (WMK)1.
De evaluatie is
verricht in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onder verantwoordelijkheid van ZonMw,
door TNO Arbeid en het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van
Amsterdam. Met deze evaluatie wil het kabinet een eerste beoordeling hebben van
de doeltreffendheid en de effecten van de WMK in de praktijk over de periode
van tweeëneenhalf à drie jaar vanaf de inwerkingtreding.
De Wet op de
Medische Keuringen is op 1 januari 1998 in werking getreden. Zij heeft tot doel
ongewenste risicoselectie tegen te gaan, de te keuren persoon
(de «keurling») te beschermen tegen onevenredige inbreuken op zijn persoonlijke
levenssfeer en lichamelijke integriteit en te voorkomen dat medische keuringen
de toegang tot wezenlijke maatschappelijke voorzieningen en terreinen,
waaronder de toegang tot arbeid en tot de gezondheidszorg, onredelijk zouden
belemmeren. De WMK stelt daartoe beperkingen aan drie soorten keuringen:
de
aanstellingskeuring,
de keuring voor
aan de arbeidsverhouding gerelateerde verzekeringen (pensioen en
arbeidsongeschiktheid) en
de keuring voor
particulier af te sluiten verzekeringen (leven en arbeidsongeschiktheid).
In deze brief
ga ik per categorie keuringen in op een aantal belangrijke resultaten van het
onderzoek die om reactie van het kabinet vragen. Ik sluit de brief af met een
aantal algemene conclusies.“
Bron: Brief minister bij aanbieding
eerste evaluatierapport over de Wet op de Medische Keuringen (WMK), 18 december 2001,
TK 2001-2002,
nr. 1.
In januari 1998 is de
Wet medische keuringen in werking getreden. Deze wet beoogt de rechtspositie
van aspirant verzekeringnemers en sollicitanten te versterken. Dit doet de wet
door regels te stellen aan het gebruik en de uitvoering van medische keuringen
bij sollicitatie of het aangaan van levens-, pensioen- en
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De wet vraagt representatieve organisaties
van verzekeraars, patiënten en artsen tot afspraken te komen rond de uitvoering
van de wet. Als partijen niet tot overeenstemming komen vraagt de wet van de
overheid deze verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Op het gebied van
verzekeringen hebben de veldpartijen een aantal belangrijke afspraken gemaakt.
Dat waardeer ik zeer. Deze afspraken betreffen onder meer het doel van de
keuring en de voorwaarden waaronder een keuring kan plaatsvinden, de
gezondheidsverklaring, het handhaven van het Moratorium Erfelijkheidsonderzoek
en de HIV-gedragscode.
Over de bemiddeling
bij klachten zijn ook afspraken gemaakt. Over de beoordeling van klachten is
nog geen overeenstemming bereikt. Een volledige klachtenregeling lijkt niet
door zelfregulering alleen tot stand te komen. Ik heb partijen ruim de tijd
gegeven om onderling afspraken te maken, Dit omdat ik grote waarde hecht aan
het maken van afspraken door partijen zelf. Ik ga er van uit dat afspraken die
door partijen in gezamenlijkheid zijn gemaakt beter aan zullen sluiten bij de
wensen en mogelijkheden van de partijen, dan een regeling die door de overheid wordt
vastgesteld.
Begin 2004 heb ik alle
partijen geconsulteerd en begrepen dat partijen nog met elkaar tot
overeenstemming dachten te kunnen komen. Eind 2004 bleek men echter nog niet
tot definitieve afspraken te zijn gekomen. Dit was voor mij reden om te
onderzoeken welke mogelijkheden mij openstaan om de klachtenbehandeling te
regelen. Ik heb daarbij diverse opties tegen elkaar afgewogen.
Met deze brief
informeer ik u over de resultaten hiervan.”
Bron: BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, 13 mei 2005, TK2004–2005, 28 172, nr. 2.
“Hierbij bied ik u aan
de Leidraad Aanstellingskeuringen1. Door deze Leidraad te hanteren handelen de
gebruikers conform de Wet op de Medische Keuringen (WMK) en het Besluit
aanstellingskeuringen. Met het gebruikvan de Leidraad wordt beoogt de kwaliteit
van de aanstellingskeuringen te verbeteren. Het is een handvat voor
bedrijfsartsen. Voor werkgevers, werknemers en brancheorganisaties is het een
bron van informatie over aanstellingskeuringen.
De Leidraad
aanstellingskeuringen vloeit voort uit de resultaten van de evaluatie van de
Wet op de medische keuringen (ZONMW 2001). Die evaluatie signaleerde ten
aanzien van de uitvoering van aanstellingskeuringen twee primaire knelpunten:
1. de uitvoering van
de aanstellingskeuring wijkt dikwijls af van de in de WMK opgenomen
voorschriften. In het bijzonder geldt dit voor het niet schriftelijkvastleggen
of bekend zijn van de functie-eisen en het niet of onvoldoende afstemmen van de
inhoud van de keuring op deze functie-eisen;
2. een kwart van de
bedrijfsartsen vindt de huidige richtlijnen die bestaan voor de uitvoering van
de aanstellingskeuringen onvoldoende voor de beoordeling van de
keuringsresultaten.
Voor het verbeteren
van de kwaliteit en om de in de WMK neergelegde intenties in de praktijk tot
uitvoering te brengen heeft het ministerie van SZW besloten gedurende de
periode 2002–2006 een arbo-ontwikkeltraject te laten uitvoeren met drie
centrale doelstellingen, te weten:
1. verbetering van de
kwaliteit van de aanstellingskeuring;
2. verbetering van de
naleving van de WMK en de verplichting zoals die voorvloeit uit het Besluit
aanstellingskeuringen;
3. stimulering van het
overleg met werknemers.
De Leidraad
aanstellingskeuringen actualiseert de Algemene richtlijn aanstellingskeuringen
(ARA) en vult deze aan. De ARA is destijds ontwikkeld met als doel te
komen tot een uniforme werkwijze rond de aanstellingskeuring binnen
arbodiensten en hiermee de kwaliteit te vergroten.
In het evaluatie
onderzoekvan de WMK is eveneens een beknopte evaluatie van de ARA uitgevoerd. Hierbij
is een aantal algemene inhoudelijke kritiekpunten
met betrekking tot de ARA naar voren gekomen. De systematiek van de ARA werd
echter door verschillende betrokken partijen als een degelijk uitgangspunt
beschouwd voor de ontwikkeling van een Leidraad voor het uitvoeren van de
aanstellingskeuring.
De Leidraad bestaat
uit drie onderdelen:
een stappenplan voor
het systematisch uitvoeren van verschillende activiteiten rond de
aanstellingskeuring; een aantal praktische instrumenten die bij de uitvoering
van de verschillende stappen kunnen worden toegepast en een deel met
verdiepende achtergronddocumentatie over de verschillende stappen.
Het stappenplan is
gebaseerd op het wettelijk kader rond de aanstellingskeuring en kan
chronologisch doorlopen worden. Het bevat zeven stappen die het hele traject
doorlopen vanaf het begin, namelijkhet moment dat de werkgever van de
arbodienst informatie krijgt over doel, criteria en procedure met betrekking
tot de aanstellingskeuring tot het eind wanneer de keurling de uitslag van de
keuring krijgt en – na diens toestemming – ook de werkgever.
De Nederlandse
Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) en de Branche Organisatie
Arbodiensten (BOA) zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van de Leidraad
aanstellingskeuringen. Bovendien bevelen zij het gebruikvan de Leidraad
bijzonder aan. Zij steunen de in de Leidraad beschreven wijze van samenwerking
tussen werkgevers, keurend artsen en arbodiensten bij aanstellingskeuringen. De
in de Leidraad beschreven keuringscriteria voldoen volgens de NVAB en de BOA
aan de criteria zoals deze redelijkerwijs en naar de stand der techniek en
wetenschap door bedrijfsartsen kunnen worden toegepast.
De Leidraad
aanstellingskeuringen zal als papieren versie verspreid worden onder alle bij
de NVAB aangesloten bedrijfsartsen. Dit om een zo breed mogelijkdraagvlakte
verkrijgen. Daarnaast zal een elektronische versie beschikbaar zijn via de
website van de NVAB, (www.nvab-online.nl) en van het ministerie
van SZW.
Gebruikers van de
Leidraad worden uitgenodigd om relevante ontwikkelingen ten aanzien van
professionele opvattingen over aanstellingskeuringen door te geven aan de NVAB.
In de Leidraad is daarvoor een e-mailadres, (kwaliteitsbureaunvab-online.nl),
vermeld. Deze opmerkingen kunnen relevant zijn voor een volgende versie van de
Leidraad.”
Bron: BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID, 1 juni 2005, TK 2004–2005, 28 172, nr. 3.