Wet medische keuringen Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen), Stb. 1997, 365 (en Stb. 1997, 365 verbeterd);

Iwtr.: 1 januari 1998 (Besluit van 4 december 1997, Stb. 1997, 636.

gewijzigd bij

Wet van 24 december 1997, Stb. 1997, 770;

Iwtr.: 31 december 1997
(Besluit van 24 december 1997, Stb. 1997, 771.


“Reden voor de wijziging was dat tijdens de plenaire behandeling in de Eerste Kamer van het initiatiefwetsvoorstel op de medische keuringen (kamerstukken II 1996/97, 23 259, nr. 91) de Kamer de wens te kennen gegeven heeft de in de wet voorgeschreven beperking van medische keuringen bij het aangaan of wijzigen van arbeidsverhoudingen in de particuliere sector eveneens van toepassing te laten zijn op aanstellingen in openbare dienst. Ook werd het wenselijk geacht de vragengrens voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen te bepalen als een bedrag in plaats van als een percentage van het inkomen. Ten slotte diende een taalfout te worden gecorrigeerd. De regering heeft op zich genomen om op korte termijn een wijzigingsvoorstel op de inmiddels door het parlement aanvaarde wet in te dienen, dat aan deze wensen tegemoetkomt (Handelingen I 1996/97, blz. 1163–1168, blz. 1175 en blz. 1176). Het onderhavige wetsvoorstel beoogt daarin te voorzien.”

De wet heeft Europeesrechtelijke implicaties. Zie daarvoor de brief van de minister van VWS d.d. 4 juni 1996 en het commentaar d.d. 27 augustus 1996 van de landsadvocaat.

Bron: MvT, TK 1997–1998, 25 648, nr. 31.


Top



EVALUATIE WET OP DE MEDISCHE KEURINGEN

1. Inleiding
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Hoogervorst, het eerste evaluatierapport aan over de Wet op de Medische Keuringen (WMK)1.

De evaluatie is verricht in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onder verantwoordelijkheid van ZonMw, door TNO Arbeid en het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Met deze evaluatie wil het kabinet een eerste beoordeling hebben van de doeltreffendheid en de effecten van de WMK in de praktijk over de periode van tweeëneenhalf à drie jaar vanaf de inwerkingtreding.

De Wet op de Medische Keuringen is op 1 januari 1998 in werking getreden. Zij heeft tot doel ongewenste risicoselectie tegen te gaan, de te keuren persoon (de «keurling») te beschermen tegen onevenredige inbreuken op zijn persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit en te voorkomen dat medische keuringen de toegang tot wezenlijke maatschappelijke voorzieningen en terreinen, waaronder de toegang tot arbeid en tot de gezondheidszorg, onredelijk zouden belemmeren. De WMK stelt daartoe beperkingen aan drie soorten keuringen:
de aanstellingskeuring,
de keuring voor aan de arbeidsverhouding gerelateerde verzekeringen (pensioen en arbeidsongeschiktheid) en
de keuring voor particulier af te sluiten verzekeringen (leven en arbeidsongeschiktheid).

In deze brief ga ik per categorie keuringen in op een aantal belangrijke resultaten van het onderzoek die om reactie van het kabinet vragen. Ik sluit de brief af met een aantal algemene conclusies.“

Bron: Brief minister bij aanbieding eerste evaluatierapport over de Wet op de Medische Keuringen (WMK), 18 december 2001,
TK 2001-2002, nr. 1.


Top

“Aanleiding

In januari 1998 is de Wet medische keuringen in werking getreden. Deze wet beoogt de rechtspositie van aspirant verzekeringnemers en sollicitanten te versterken. Dit doet de wet door regels te stellen aan het gebruik en de uitvoering van medische keuringen bij sollicitatie of het aangaan van levens-, pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De wet vraagt representatieve organisaties van verzekeraars, patiënten en artsen tot afspraken te komen rond de uitvoering van de wet. Als partijen niet tot overeenstemming komen vraagt de wet van de overheid deze verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Op het gebied van verzekeringen hebben de veldpartijen een aantal belangrijke afspraken gemaakt. Dat waardeer ik zeer. Deze afspraken betreffen onder meer het doel van de keuring en de voorwaarden waaronder een keuring kan plaatsvinden, de gezondheidsverklaring, het handhaven van het Moratorium Erfelijkheidsonderzoek en de HIV-gedragscode.

Over de bemiddeling bij klachten zijn ook afspraken gemaakt. Over de beoordeling van klachten is nog geen overeenstemming bereikt. Een volledige klachtenregeling lijkt niet door zelfregulering alleen tot stand te komen. Ik heb partijen ruim de tijd gegeven om onderling afspraken te maken, Dit omdat ik grote waarde hecht aan het maken van afspraken door partijen zelf. Ik ga er van uit dat afspraken die door partijen in gezamenlijkheid zijn gemaakt beter aan zullen sluiten bij de wensen en mogelijkheden van de partijen, dan een regeling die door de overheid wordt vastgesteld.

Begin 2004 heb ik alle partijen geconsulteerd en begrepen dat partijen nog met elkaar tot overeenstemming dachten te kunnen komen. Eind 2004 bleek men echter nog niet tot definitieve afspraken te zijn gekomen. Dit was voor mij reden om te onderzoeken welke mogelijkheden mij openstaan om de klachtenbehandeling te regelen. Ik heb daarbij diverse opties tegen elkaar afgewogen.

Met deze brief informeer ik u over de resultaten hiervan.”

Bron: BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, 13 mei 2005, TK2004–2005, 28 172, nr. 2.


Top


“Hierbij bied ik u aan de Leidraad Aanstellingskeuringen1. Door deze Leidraad te hanteren handelen de gebruikers conform de Wet op de Medische Keuringen (WMK) en het Besluit aanstellingskeuringen. Met het gebruikvan de Leidraad wordt beoogt de kwaliteit van de aanstellingskeuringen te verbeteren. Het is een handvat voor bedrijfsartsen. Voor werkgevers, werknemers en brancheorganisaties is het een bron van informatie over aanstellingskeuringen.

De Leidraad aanstellingskeuringen vloeit voort uit de resultaten van de evaluatie van de Wet op de medische keuringen (ZONMW 2001). Die evaluatie signaleerde ten aanzien van de uitvoering van aanstellingskeuringen twee primaire knelpunten:
1. de uitvoering van de aanstellingskeuring wijkt dikwijls af van de in de WMK opgenomen voorschriften. In het bijzonder geldt dit voor het niet schriftelijkvastleggen of bekend zijn van de functie-eisen en het niet of onvoldoende afstemmen van de inhoud van de keuring op deze functie-eisen;
2. een kwart van de bedrijfsartsen vindt de huidige richtlijnen die bestaan voor de uitvoering van de aanstellingskeuringen onvoldoende voor de beoordeling van de keuringsresultaten.

Voor het verbeteren van de kwaliteit en om de in de WMK neergelegde intenties in de praktijk tot uitvoering te brengen heeft het ministerie van SZW besloten gedurende de periode 2002–2006 een arbo-ontwikkeltraject te laten uitvoeren met drie centrale doelstellingen, te weten:
1. verbetering van de kwaliteit van de aanstellingskeuring;
2. verbetering van de naleving van de WMK en de verplichting zoals die voorvloeit uit het Besluit aanstellingskeuringen;
3. stimulering van het overleg met werknemers.

De Leidraad aanstellingskeuringen actualiseert de Algemene richtlijn aanstellingskeuringen (ARA) en vult deze aan. De ARA is destijds ontwikkeld met als doel te komen tot een uniforme werkwijze rond de aanstellingskeuring binnen arbodiensten en hiermee de kwaliteit te vergroten.

In het evaluatie onderzoekvan de WMK is eveneens een beknopte evaluatie van de ARA uitgevoerd. Hierbij is een aantal algemene inhoudelijke kritiekpunten met betrekking tot de ARA naar voren gekomen. De systematiek van de ARA werd echter door verschillende betrokken partijen als een degelijk uitgangspunt beschouwd voor de ontwikkeling van een Leidraad voor het uitvoeren van de aanstellingskeuring.

De Leidraad bestaat uit drie onderdelen:
een stappenplan voor het systematisch uitvoeren van verschillende activiteiten rond de aanstellingskeuring; een aantal praktische instrumenten die bij de uitvoering van de verschillende stappen kunnen worden toegepast en een deel met verdiepende achtergronddocumentatie over de verschillende stappen.

Het stappenplan is gebaseerd op het wettelijk kader rond de aanstellingskeuring en kan chronologisch doorlopen worden. Het bevat zeven stappen die het hele traject doorlopen vanaf het begin, namelijkhet moment dat de werkgever van de arbodienst informatie krijgt over doel, criteria en procedure met betrekking tot de aanstellingskeuring tot het eind wanneer de keurling de uitslag van de keuring krijgt en – na diens toestemming – ook de werkgever.

De Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) en de Branche Organisatie Arbodiensten (BOA) zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van de Leidraad aanstellingskeuringen. Bovendien bevelen zij het gebruikvan de Leidraad bijzonder aan. Zij steunen de in de Leidraad beschreven wijze van samenwerking tussen werkgevers, keurend artsen en arbodiensten bij aanstellingskeuringen. De in de Leidraad beschreven keuringscriteria voldoen volgens de NVAB en de BOA aan de criteria zoals deze redelijkerwijs en naar de stand der techniek en wetenschap door bedrijfsartsen kunnen worden toegepast.

De Leidraad aanstellingskeuringen zal als papieren versie verspreid worden onder alle bij de NVAB aangesloten bedrijfsartsen. Dit om een zo breed mogelijkdraagvlakte verkrijgen. Daarnaast zal een elektronische versie beschikbaar zijn via de website van de NVAB, (www.nvab-online.nl) en van het ministerie van SZW.

Gebruikers van de Leidraad worden uitgenodigd om relevante ontwikkelingen ten aanzien van professionele opvattingen over aanstellingskeuringen door te geven aan de NVAB. In de Leidraad is daarvoor een e-mailadres, (kwaliteitsbureaunvab-online.nl), vermeld. Deze opmerkingen kunnen relevant zijn voor een volgende versie van de Leidraad.”

Bron: BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID, 1 juni 2005, TK 2004–2005, 28 172, nr. 3.

Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 29 oktober 2006.
Home