Wet van 29 mei 1995 houdende regels ter zake van de behandeling van klachten van cliënten van zorgaanbieders op het terrein van de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg (WKCZ),
Stb. 1995, 308;

Iwtr.: met uitzondering van artikel 6, treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst (Artikel 7).


gewijzigd bij:

Wet van 26 september 1996, Overgangswet verzorgingshuizen, Stb. 1996, 478;

Iwtr.:
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. Voor de artikelen 26 en 50 tot en met 68 wordt dat tijdstip niet later gesteld dan 1 januari 2001. De artikelen 1 tot en met 25 vervallen op het in de tweede zin bedoelde tijdstip.
2. In afwijking van het eerste lid: a. verstrekt de Ziekenfondsraad eerst subsidies vanaf 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin artikel 2, eerste lid, in werking is getreden;
b. worden, indien de artikelen 2, tweede lid, en in werking treden op een tijdstip gelegen tussen 1 juli tot en met 31 december van enig kalenderjaar, het bedrag dan wel de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die beschikbaar zijn voor het eerste kalenderjaar waarin de Ziekenfondsraad subsidie verstrekt op grond van deze wet, onderscheidenlijk de begroting, bedoeld in artikel 14, zo spoedig mogelijk meegedeeld, onderscheidenlijk, vastgesteld (Artikel 69).


Top


Wet van 6 december 2001, Wet tot behoud van cultuurbezit, Stb. 2001, 581;

Iwtr.: 1 januari 2002 (Besluit van 10 december 2001, houdende vaststelling van het tijdstip van de inwerkingtreding van de wet van 6 december 2001 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 580), van de wet van 6 december 2001 tot aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 581), het Aanpassingsbesluit herziening burgerlijk procesrecht, de Wet organisatie en bestuur gerechten, de Wet Raad voor de rechtspraak, de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie, het Besluit College van afgevaardigden, het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen, het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak, het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak, het Besluit orde van dienst gerechten en het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers, Stb. 2002, 621);


Top


Wet van 7 april 2005, houdende wijziging van de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector, Stb. 2005, 217;

Iwtr.: de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst (Besluit van 2 juni 2005 tot inwerkingtreding van de Wet van 7 april 2005 tot wijziging van de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Stb. 216), Stb. 2005, 297).


Top


Wet van 6 oktober 2005, houdende invoering van de Zorgverzekeringswet en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet), Stb. 2005, 525;

Iwtr.: De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld (Artikel 5.2).


Top


Wet van 17 november 2005 tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en enige andere wetten in verband met de aanpassing van de in deze wet opgenomen klachtregeling, Stb. 2005, 617;

Iwtr.: op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (ARTIKEL IX).


Top


De WKCZ
De WKCZ verplicht aanbieders van gezondheidszorg om een klachtencommissie in te stellen die klachten behandelt van cliënten over hulpverleners en/of de desbetreffende instelling. De klachtencommissie doet uitspraken over het al of niet gegrond zijn van een klacht. Eventueel kan de commissie daarbij aangeven welke maatregelen de zorgaanbieder kan nemen om herhaling van dezelfde klacht te voorkomen. De uitspraken van de klachtencommissie zijn juridisch niet afdwingbaar.


Top


Doelstelling
De wet beoogt cliënten in de zorgsector een laagdrempelige klachtmogelijkheid te bieden en signalen van cliënten te benutten ten einde de kwaliteit van de zorg te verbeteren.

Ten einde de objectiviteit van de klachtbehandeling te waarborgen, dient de door de zorgaanbieder te treffen regeling voor de behandeling van klachten erin te voorzien dat de klachten van cliënten worden behandeld door een commissie van ten minste drie personen, waarvan in ieder geval de voorzitter niet werkzaam is voor of bij de betrokken zorgaanbieder (artikel 2, tweede lid, onder a).
Deze bepaling sluit derhalve uit -anders dan de oorspronkelijke tekst van het wetsvoorstel- dat de zorgaanbieder de klachtbehandeling in handen geeft van één enkele medewerker of de klachtbehandeling tot uitsluitend een directieaangelegenheid maakt. De omstandigheid dat meerdere personen, onder leiding van een van de zorgaanbieder onafhankelijke voorzitter, tot een gezamenlijk oordeel over een klacht dienen te geraken, biedt naar onze overtuiging goede waarborgen voor de objectiviteit van dat oordeel.
Voorts is uit oogpunt van een onpartijdige oordeelsvorming de bepaling gehandhaafd dat aan de behandeling van een klacht niet mag worden deelgenomen door degene over wie is geklaagd (tweede lid, onder b, nieuw).

Door bovenbeschreven waarborgen voor een objectieve klachtbehandeling wordt een duidelijke afstand aangebracht tussen enerzijds de instantie die zich een oordeel vormt over de klachten van de cliënten van een zorgaanbieder (de klachtencommissie), en anderzijds de instantie die op grond van dat oordeel al dan niet overgaat tot het treffen van maatregelen (de zorgaanbieder zelf). In die opzet is het niet voldoende als de klager uitsluitend het oordeel van de klachtencommissie over de gegrondheid van zijn klacht verneemt.
Tevens is voor hem vanzelfsprekend van belang te weten welke maatregelen de zorgaanbieder op grond van dat oordeel meent te moeten treffen. De verplichting voor de zorgaanbieder om de klager en de klachtencommissie in kennis te stellen van zijn reactie op het oordeel van de klachtencommissie (artikel 2, vijfde lid, nieuw) vormt derhalve een essentieel onderdeel van de nieuwe klachtprocedure.


Top


Werkingssfeer
Voor de beperking van de werkingssfeer van het wetsvoorstel tot de met collectieve middelen gefinancierde zorgaanbieders, is indertijd gekozen op grond van het argument dat aldus gefinancierde zorgaanbieders vanwege het niet aanwezig zijn van enige marktwerking, onvoldoende stimulansen hebben om een goede klachtenregeling te treffen. Nadere overwegingen hebben ons tot de conclusie geleid dat ook bij de niet met collectieve middelen gefinancierde zorgaanbieders geenszins een goede klachtbehandeling is gewaarborgd zonder wettelijke voorschriften terzake.
Omdat een goede en laagdrempelige klachtbehandeling in de zorgsector en de maatschappelijke dienstverlening van essentieel belang is voor cliënten, en dit belang aanwezig is ongeacht de wijze waarop de zorg of dienstverlening wordt gefinancierd, menen wij dat de wettelijke bepalingen dienen te gelden voor zowel de zorgaanbieders die met collectieve middelen worden gefinancierd, als de zorgaanbieders die worden gefinancierd via particuliere betalingen.
Met deze uitbreiding van de reikwijdte van onderhavig wetsvoorstel, wordt deze reikwijdte gelijk aan die van het voorstel van Wet op de kwaliteit van zorginstellingen. Het feit dat een goede klachtbehandeling een essentieel onderdeel is van een goed kwaliteitsbeleid, is een reden temeer om de reikwijdte van beide wetsvoorstellen niet verschillend te laten zijn.


Top


Voorop staat de handhaving van de wet via de in het wetsvoorstel geopende civielrechtelijke weg. Daarnaast kan ook op grond van het wetsvoorstel Medezeggenschap cliënten zorginstellingen de zorgaanbieder op zijn plichten terzake worden gewezen. De vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten is een onderwerp ten aanzien waarvan de cliëntenraden van instellingen volgens dat wetsvoorstel een instemmingsrecht hebben. Wij zijn van oordeel dat reeds via die wegen een voldoende naleving van de wet kan worden verzekerd. Blijkt zulks in voorkomende gevallen toch niet afdoende, dan kan via de band van de voorgenomen Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) het Staatstoezicht in actie komen.
Deze mogelijkheid is uiteraard wel beperkt tot de onder genoemde wetten vallende personen en instellingen. De voorgenomen Kwaliteitswet eist van instellingen die zorg verlenen dat die zorg van een kwalitatief verantwoord niveau is en dat instellingen het nodige doen om die kwaliteit te bewaken en te bevorderen. Genoemd wetsvoorstel voorziet voorts in een wijziging van de Wet BIG, volgens welke wijziging die kwaliteitseisen ook zullen gelden voor de beoefenaren van de in die wet geregelde beroepen.
Onderdeel van het systematisch bevorderen en bewaken van een verantwoorde zorgkwaliteit is onmiskenbaar een goede procedure voor het behandelen van klachten van cliënten. Voorzover zorgaanbieders geen goede klachtenregeling hebben, kan derhalve gesteld worden dat zij op grond van beide wetten door het Staatstoezicht ter verantwoording kunnen worden geroepen.

Bron: TK, 1994-1995, 23 040, nr. 7.

Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 29 oktober 2006.
Home