Wet van 9 december 2004 tot wijziging van de Ziekenfondswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enkele andere wetten, in verband met herziening van het overeenkomstenstelsel in de sociale ziektekostenverzekering alsmede enkele andere wijzigingen (Wet herziening overeenkomstenstelsel zorg),
Stb. 2005, 27;

Iwtr.: De wet van 9 december 2004 tot wijziging van de Ziekenfondswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enkele andere wetten, in verband met herziening van het overeenkomstenstelsel in de sociale ziektekostenverzekering alsmede enkele andere wijzigingen (Wet herziening overeenkomstenstelsel zorg), treedt in werking met ingang van 1 februari 2005, met uitzondering van artikel I, onderdeel L en onderdeel M, voor zover het betreft de eerste twee leden van het voorgestelde artikel 11a , alsmede artikel IV
(Besluit van 25 januari 2005, houdende gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet herziening overeenkomstenstelsel zorg, inwerkingtreding van de WTG ExPres en inwerkingtreding van de aanwijzing van psychotherapeuten als categorie van organen in de zin van de Wet tarieven gezondheidszorg,
Stb. 2005, 42).


Toelichting

"1. Inleiding
De verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet (Zfw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) hebben aanspraak op zorg in natura. Zij ontvangen geen geldelijke vergoeding voor genoten of te genieten zorg, maar hebben van hun zorgverzekeraar recht op zorgverlening door een hulpverlener of instelling waarmee door het ziekenfonds of het uitvoeringsorgaan AWBZ (verder ook wel: verzekeraar) een overeenkomst is gesloten. In die overeenkomsten leggen verzekeraars en zorgaanbieders afspraken vast over onder meer de inhoud, de kwaliteit, het volume en de prijs van de zorg die aan de verzekerden wordt verleend. Die overeenkomsten zijn de neerslag van hetgeen de verzekeraar ten behoeve van zijn verzekerden wenst in te kopen. De aanpassing van het overeenkomstenstelsel als gevolg van dit wetsvoorstel past in de overgang van een stelsel van centrale aanbodsturing - waarbij de inrichting en de omvang van de zorg door de wetgever worden bepaald - naar een decentraal vraaggericht stelsel, waarbij de feitelijke omvang en inrichting van de zorg, onder door de overheid te stellen randvoorwaarden, worden bepaald door de bij de zorgverlening direct betrokken partijen. De redenen voor dit wetsvoorstel zijn de volgende. De maatregelen zijn nodig ter versterking van de regierol van de verzekeraars in het kader van de beleidsontwikkeling in de gezondheidszorg, die als vraaggericht omschreven wordt, maar ook vanwege het gebrek aan dynamiek in het overeenkomstenstelsel als gevolg van verplichte landelijke overeenkomsten. Hierna worden onder 2 de redenen nader toegelicht.

In hoofdlijn worden met dit wetsvoorstel de volgende maatregelen genomen:
- het afschaffen van de landelijke geldende uitkomsten van overleg en modelovereenkomsten in de Zfw en de AWBZ;
- het faciliteren van de contracteervrijheid voor verzekeraars en zorginstellingen, door te regelen dat de contracteerplicht en de omgekeerde contracteerplicht voor bij of krachtens amvb te bepalen vormen van zorg en categorieën zorginstellingen afgeschaft kunnen worden; dit is van belang voor de introductie van outputfinanciering via bij voorbeeld vrij onderhandelbare "diagnose behandeling combinaties" (dbc's);
- het wegnemen van (formele) belemmeringen voor zorgaanbieders gevestigd in een ander EU- of EER-land, of in een verdragsland, om zorg aan Nederlandse verzekerden te verlenen;

De herziening van het overeenkomstenstelsel vindt voornamelijk plaats door het aanbrengen van wijzigingen in de Zfw en de AWBZ. In samenhang daarmee vervalt de bepaling over het restitutietarief in de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG)."

Bron: MvT, TK 2002-2003, 28 994, nr. 3.

Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 29 oktober 2006.
Home