Wet van 25 januari 1996, houdende regels omtrent de vaststelling van maximumprijzen voor geneesmiddelen (Wet geneesmiddelenprijzen),
Stb. 1994, 837;

laatstelijk gewijzigd bij

Wet van 17 december 2003 tot wijziging van diverse wetten op het terrein van VWS, teneinde enkele wetstechnische gebreken te herstellen of andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen (Technische aanpassingen van VWS-wetgeving 2003), Stb. 2003, 32.


De Wet geneesmiddelenprijzen
Deze wet strekt ertoe de minister van Volksgezondheid, welzijn en Sport de bevoegdheid te verlenen een maximumprijs vast te stellen voor geneesmiddelen waarvan de prijs hoger is dan de gemiddelde prijs van dezelfde en vergelijkbare geneesmiddelen in andere lidstaten van de Europese Unie (EU).

Uitgangspunten van het regeringsbeleid
Het belangrijkste uitgangspunt van het beleid op het terrein van de volksgezondheid is het op niveau houden en waar mogelijk verbeteren van de gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking. Daarom bestaat er, naast regulering van aanbod van gezondheidszorgvoorzieningen, een systeem van regulering ten aanzien van ziektekostenverzekeringen. Enerzijds dient iedereen die op zorg is aangewezen, toegang te hebben tot noodzakelijke zorg, anderzijds dienen de kosten van de zorg zich binnen bepaalde kaders te bewegen. Omdat de kosten van de gezondheidszorg voor een groot deel collectief worden gefinancierd en daardoor onderdeel uitmaken van de collectieve lasten, heeft de overheid een belangrijke rol in de beheersing van de kosten van de gezondheidszorg; het gaat immers om de allocatie van schaarse financiële middelen, die grotendeels via premiegelden worden opgebracht. In de gezondheidszorg is daarom in de meeste sectoren sprake van een beheersing van prijzen en tarieven. De prijzen van de geneesmiddelen als onderdeel van de farmaceutische hulp werden tot nu toe niet beheerst. Nederland onderscheidde zich hierin van vele andere landen, waaronder vrijwel alle lidstaten van de EU. Men gaat er aldaar van uit dat prijsregulering voor geneesmiddelen niet gemist kan worden om de kosten voor de gezondheidszorg te beheersen.

Voor de vaststelling van maximumprijzen worden in het wetsvoorstel de prijzen van alle op generiek niveau vergelijkbare geneesmiddelen in aanmerking genomen. Indien het gaat om een farmaceutisch specialité waarvan de octrooitermijn nog niet is verlopen dan wel het registratiedossier op grond van het bepaalde in richtlijn nr. 65/65/EEG van de Raad van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (Pb EG, nr. 22) nog is gesloten, zodat er nog geen generieke geneesmiddelen behoudens met toestemming van de oorspronkelijke registratiehouder op de markt zijn, vindt automatisch slechts vergelijking van de prijs van dat specialité met de prijzen van datzelfde specialité in de andere landen plaats.

De wet is van toepassing op die geneesmiddelen waarvan de overheid meent dat ze voor iedereen beschikbaar moeten zijn. Zij zal dus de geneesmiddelen betreffen waarop de sociale ziektekostenverzekering aanspraken verleent. De beperking tot geneesmiddelen die voor eenieder beschikbaar dienen te zijn, zal over het algemeen de drogisterijartikelen uitsluiten van de groep geneesmiddelen waarvoor een maximumprijs wordt vastgesteld.

Hoewel dit niet expliciet in de wet is neergelegd, volgt uit de wettelijke doelstelling, neergelegd in de considerans, en uit de systematiek van de wet dat slechts maximumprijzen worden vastgesteld voor geneesmiddelen waarvan de prijs hoger is dan het ingevolge artikel 2 berekende gemiddelde van de prijzen voor vergelijkbare geneesmiddelen uit de ons omringende landen. Dat betekent dat geen maximumprijs wordt vastgesteld voor geneesmiddelen die goedkoper zijn dan het vastgestelde gemiddelde. Een ingreep in die gevallen is immers niet noodzakelijk.

In de regeling is een en ander aldus uitgewerkt dat de prijzen voor geneesmiddelen, zoals die in rekening worden gebracht aan personen die bevoegd zijn tot het afleveren van geneesmiddelen aan het publiek, kunnen worden gemaximeerd op een niveau dat is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de prijzen zoals deze gelden in België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De gekozen landen zijn qua prevalentie van ziekten en aandoeningen en niveau van gezondheidszorg goed met Nederland te vergelijken.

De berekening van de maximumprijzen wordt gebaseerd op de prijzen van geneesmiddelen zoals deze voorkomen op algemeen aanvaarde prijslijsten in de referentielanden.

Het aan een apotheekhoudende of drogist in rekening brengen van een hogere prijs dan de vastgestelde maximumprijs is in deze wet verboden. Dit verbod, gesanctioneerd met een administratieve boete, vormt het logische sluitstuk op de vaststelling van maximumprijzen. De wet voorziet voorts in een administratieplicht voor degenen die geneesmiddelen leveren aan apotheekhoudenden en drogisten. De administratie dient per transactie aan te geven aan wie en tegen welke prijs geneesmiddelen zijn verkocht.

Bron: MvT, TK 1994-1995, 24 266, nr. 3.


Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 29 oktober 2006.
Home