Wet van 14 november
1991
, houdende regels inzake de organisatie en uitvoering van
de geneeskundige hulpverlening bij rampen alsmede de voorbereiding daarop, Stb.
1991, 653,
Iwtr: 24-01-1992, Stb. 1992/21;
als gewijzigd bij de Wetten van
4 juni 1992, Stb. 422;
10 juli 1995,
Stb. 355 en 431;
3 april 1996, Stb. 366;
13 maart 1997, Stb. 142;
28 januari
1999, Stb. 30;
en de Wet van 13 december 2000, Stb. 2001, 13 (Wet
geneeskundige hulpverlening bij rampen).
1.1. Inleiding
In de nota «Met zorg verbonden» (kamerstukken II, 1996/97, 25 387, nr. 2)
zijn de contouren geschetst voor een verbetering van de geneeskundige
hulpverlening bij rampen. Onder andere werd geconstateerd dat de dagelijkse
geneeskundige hulpverlening bij ongelukken op de openbare weg (de spoedeisende
medische hulpverlening, verder te noemen SMH) naar de geneeskundige
hulpverlening bij rampen (GHR) vloeiender moet verlopen. De GHR is te
beschouwen als een opschaling van de SMH.
Voorwaarde voor een goed functionerende GHR is derhalve een goed
functionerende SMH. Geconstateerd is dat de schakels van de geneeskundige keten
binnen de SMH beter op elkaar dienen aan te sluiten en dat de geneeskundige
hulpverlening bij rampen en zware ongevallen beter dient te worden afgestemd op
de activiteiten van de overige bij de rampenbestrijding betrokken diensten. Om
dit te bewerkstelligen dient de betrokkenheid van het lokale bestuur bij de SMH
te worden vergroot en de regionale samenwerking te worden versterkt.
Dit
laatste wordt bevorderd
door schaalvergroting van de regionale samenwerkingsverbanden en de
aanstelling van een functionaris op regionaal niveau die tot taak heeft zowel
de SMH als de GHR procesmatig te coördineren. Deze beleidsvoornemens worden
breed gedragen door de vaste commissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
en voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer
(kamerstukken II 1997/98, 25 387, nr. 3). De realisatie ervan behoeft
ingrijpende wetswijzigingen. Zo zullen de regiovorming ten behoeve van de taken
in het kader van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (de te
vormen GHOR-besturen), de vergroting van de betrokkenheid van het lokale bestuur
bij de SMH en de opdracht van de taken in het kader van de geneeskundige
hulpverlening bij ongevallen en rampen aan de regionale geneeskundige
functionaris hun beslag moeten krijgen in de wet- en regelgeving.
In het kader van het Project geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en
rampen zijn inmiddels vorderingen gemaakt met het realiseren van de voorgenomen
verbeteringen, zoals neergelegd in bovenvermelde notitie.
De Tweede Kamer is over de voortgang geïnformeerd door middel van de
voortgangsrapportage «Spoedeisende geneeskundige hulpverlening bij ongevallen
en rampen» (kamerstukken II, 1998/99, 25 387, nr. 5). Daarin is aangegeven dat
er in 1998 regionale processen op gang zijn gebracht, gericht op het creëren
van organisatorische en bestuurlijke kaders waarbinnen de verbeteringen kunnen
worden aangebracht. Het accent lag daarbij op het verwerven van draagvlak bij
zowel het openbaar bestuur als bij het geneeskundig veld. Inmiddels is zowel
bij het openbaar bestuur als bij het geneeskundig veld dit draagvlak gecreëerd.
Zoals aangegeven in de eerder genoemde voortgangsrapportage staan de
komende jaren in het teken van de implementatie van de verbeteringen in de
regio’s. Voorbereidingen worden getroffen om samenwerkingsverbanden te creëren
op een schaal die minimaal nodig is om de geneeskundige hulpverleningsketen
doelmatig en doeltreffend te kunnen organiseren en die aansluit op de schaal
van de brandweer- en politieorganisaties.
Plannen zijn in voorbereiding om de noodzakelijke samenwerking van alle
geneeskundige organisaties die betrokken zijn bij de uitoefening van de SMH en
de GHR tot stand te brengen. Deze voorbereidingen vergen van de regio’s een
grote inspanning.
1.2 De aanstelling van de (Regionale Geneeskundig) Functionaris (RGF)
Met name in deze implementatiefase zal van de functionaris die
verantwoordelijk is voor de geneeskundige hulpverlening een belangrijke
bijdrage worden verlangd. Hij zal de voorbereidingen moeten treffen om de
toekomstige nieuwe taken van de toekomstige GHOR-besturen in het kader van de SMH gestalte te geven. Hij zal zorg moeten dragen voor de
aansluiting van de (voorbereidende) activiteiten in het kader van de
geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen op de
(voorbereidende) activiteiten van de overige betrokken diensten.
Vanwege het grote belang om de geconstateerde tekortkomingen ter zake van de
organisatie van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen op te
heffen, is het noodzakelijk dat de verantwoordelijke functionaris met grote
voortvarendheid invulling kan geven aan zijn regiefunctie.
In de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Wet geneeskundige hulpverlening
bij rampen (Wghr) worden de taken in het kader van de geneeskundige
hulpverlening bij rampen en zware ongevallen opgedragen aan de directeur van de
gemeentelijke gezondheidsdienst. Gelet op de zware taak die voor de geneeskundig functionaris in het verschiet ligt, zijn wij van
mening dat het gemeenten vrij moet staan om, ter voorbereiding op de toekomstige
regiovorming en de nieuwe taken, een regionale geneeskundig functionaris aan te
stellen, die niet tevens directeur van de gemeentelijke gezondheidsdienst is.
De hiervoor beschreven ontwikkelingen nopen ons er toe om op korte termijn
aanstelling van een functionaris, die zich uitsluitend op de hiervoor
beschreven taken richt, mogelijk te maken. Daarom wordt, vooruitlopend op de
hiervoor aangekondigde ingrijpende wetswijzigingen, de verplichting om de taken
in het kader van de geneeskundige hulpverlening aan de directeur van de
geneeskundige gezondheidsdienst op te dragen, in dit wetsvoorstel geschrapt.
1.3 Adviezen VNG en IPO
Het wetsvoorstel is voor advies aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) gezonden. Zowel de VNG als het IPO
konden instemmen met het wetsvoorstel.
1.4 Evaluatie
Bij de voorbereiding van de hiervoor bedoelde meeromvattende wijziging van
de Wghr zal gebruik gemaakt worden van de uitkomsten van de te houden evaluatie
naar de invulling en uitwerking van de functie RGF, zoals die sedert het
verschijnen van de circulaire van 1 juli 1999, nr. EB 1999/70913 vorm heeft
gekregen.
Bron: MvT bij de Wijziging van de Wet geneeskundige hulpverlening bij
rampen in verband met de ontkoppeling van de taken in het kader van de
geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen en de functie van de
directeur van de gemeentelijke gezondheidsdienst,
TK 1999–2000, 27 072, nr. 3.