Regelgeving Wet collectieve preventie op het gebied van de volksgezondheid
Regelgeving op grond van de Wet van 25 mei 1990,
houdende regels met betrekking tot
collectieve preventie op het gebied van de volksgezondheid



Besluit van 12 oktober 1992, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2, derde lid; 3 en 6, tweede lid, van de Wet collectieve preventie volksgezondheid,
Stb. 1990, 300.

Iwtr.: de tweede dag na uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst (Artikel 7).


Gewijzigd bij:


Besluit van 21 december 1995, houdende wijziging van het Besluit collectieve preventie volksgezondheid,
Stb. 2006, 35.

Iwtr.: de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst (Artikel II).


En bij:


Besluit van 5 november 2002, houdende wijziging van het Besluit collectieve preventie volksgezondheid en enkele samenhangende besluiten,
Stb. 2002, 549.

Iwtr.: 1 januari 2003
(Besluit van 6 december 2002 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 13 juli 2002 tot wijziging van de Wet collectieve preventie volksgezondheid (Stb. 468), het Besluit jeugdgezondheidszorg (Stb. 550) en het Besluit van 5 november 2002, houdende wijziging van het Besluit collectieve preventie volksgezondheid en enkele samenhangende besluiten (Stb. 549),
Stb. 2002, 627).


TOELICHTING

"Algemeen
Bij de jongste wijziging van de Wet collectieve preventie volksgezondheid (WCPV) zijn de verantwoordelijkheden van rijk en gemeenten verduidelijkt en aangevuld. Een aantal gemeentelijke taken op het gebied van de medische milieukunde, de technische hygiënezorg, de openbare geestelijke gezondheidszorg, de infectieziektenbestrijding en de jeugdgezondheidszorg is nu wettelijk vastgelegd. De WCPV biedt de grondslag om deze taken bij algemene maatregel van bestuur uit te werken. Dat is gebeurd door middel van het Besluit collectieve preventie volksgezondheid (BCPV). Dit besluit strekt ertoe BCPV in overeenstemming te brengen met de gewijzigde WCPV. De uitwerking van de jeugdgezondheidszorg, die tot dusverre was gesitueerd in artikel 4 BCPV, wordt nu in een afzonderlijk besluit ondergebracht.
De wijziging van de WCPV brengt met zich mee de overheveling van de jeugdgezondheidszorg voor nul- tot vierjarigen vanuit de Algemene wet bijzondere ziektenkosten naar de WCPV. In lijn daarmee wordt het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektenkostenverzekering aangepast."

Bron: NOTA VAN TOELICHTING.


Top


Aanwijzing bevolkingsonderzoek naar borstkanker als bevolkingsonderzoek bedoeld in Besluit c.p.v.
Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 augustus 1995, nr. PAO/GZ-95.7553,
Staatscourant 1995, nr. 165.

Iwtr.: 1 september 1995 (Artikel 2).


Toelichting

"Artikel 2, tweede lid, onder d, van de Wet collectieve preventie volksgezondheid draagt de gemeenteraden op bij te dragen aan de opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma's. Het Besluit collectieve preventie volksgezondheid draagt de gemeenteraad op in ieder geval zorg te dragen voor de totstandbrenging van een oproepsysteem van door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen bevolkingsonderzoek.
Inmiddels zijn de inhoudelijke, organisatorische en uitvoerende taken van partijen op het gebied van bevolkingsonderzoek naar borstkanker uitgekristalliseerd en in diverse documenten nader omschreven. Tevens is aangegeven hoe in de financiering van de genoemde gemeentelijke taak wordt voorzien.
Om een goede uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker te kunnen garanderen na de beoogde landelijke invoering ervan in 1996, wordt aanwijzing van dit bevolkingsonderzoek op grond van artikel 2, onder b, van het Besluit collectieve preventie volksgezondheid ter concretisering van de wettelijk omschreven taak geboden geacht.
Cruciaal voor het welslagen van ieder bevolkingsonderzoek is een goed functionerend oproepsysteem."

Bron: Staatscourant 1995, nr. 165.


Top
Terug naar: Regelgeving.
Latest update: 29 oktober 2006.
Home