Nederlands gezondheidsrecht






Reikwijdte


Wetgeving


Wetgeving in voorbereiding


Indeling


Regelgeving


Jurisprudentie














Reikwijdte

Over de reikwijdte van het begrip "gezondheidsrecht" zijn de meningen verdeeld. Zie hieromtrent onder andere: Geknipt verband, rede uitgesproken door mr. B. Sluyters bij zijn aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in het gezondheidsrecht aan de Rijksuniversiteit te Leiden op 11 januari 1985. Sluyters bepleit daarin een beperking van gezondheidsrecht tot het recht van de gezondheidszorg: "gezondheidsrecht omvat de rechtsregels die betrekking hebben op de gezondheidszorg". Onder gezondheidszorg verstaat hij: "(de activiteiten van) een bepaalde sector van de maatschappij, bestaande uit beroepsbeoefenaren, als bijvoorbeeld huisartsen, verpleegkundigen, schoolartsen en klinisch chemici en uit instellingen, als bijvoorbeeld ziekenhuizen, consultatiebureaus en zwakzinnigeninrichtingen".

H.J.J. Leenen definieert op pagina 15 van zijn Handboek gezondheidsrecht, deel I, derde druk (1994), het begrip gezondheidsrecht veel ruimer: "het geheel van rechtsregels dat rechtstreeks betrekking heeft op de zorg voor de gezondheid en de toepassing van overig burgerlijk, administratief en strafrecht in dat verband". Onder gezondheidszorg verstaat Leenen, aldus Sluyters (op. cit.) alle voorzieningen en maatregelen die rechtstreeks op herstel en behoud van de gezondheid zijn gericht, ook dus, onder meer, het milieuhygiënerecht en de Warenwet.

De producent van deze site heeft aansluiting gezocht bij de omschrijving van het volksgezondheidsbeleid die in de Kaderwet volksgezondheidssubsidies is neergelegd:

"Het beleidsterrein van de volksgezondheid betreft het geheel van inspanningen met betrekking tot de gezondheidsbevordering, gezondheidsbescherming en de gezondheidszorg. De beleidsinspanning is gericht op het verwezenlijken van de doelstellingen ten aanzien van de inhoud, de structuur, de financiering en de kosten van de volksgezondheid".

Op deze site wordt beoogd een zo volledig mogelijk overzicht te geven van (de ontwikkelingen in) de wet- en regelgeving en de jurisprudentie ten aanzien van de in deze kaderwet aangeduide beleidsterreinen.

 Top

 

Indeling 

Gekozen is voor een indeling in vier hoofdstukken. Deze worden hieronder opgesomd. Als u er op klikt, krijgt u per hoofdstuk een beknopte toelichting aan de hand van onder andere de Zorgnota 2001. Door te klikken op Wetgeving, Regelgeving, Jurisprudentie of Wetgeving in voorbereiding kunt u de toelichting overslaan.

 

Toelichting

Top


 

Financiering

De wijzigingen m.i.v. 1 januari 2006

De Nederlandse overheid stelt zich tot doel een stelsel van gezondheidszorg te borgen dat toegang geeft tot noodzakelijke, kwalitatief goede medische zorg. Door historische oorzaken kende Nederland gedurende vele decennia een verbrokkeld stelsel van ziektekostenverzekeringen voor gewone geneeskundige zorg.

Voor een aanzienlijk deel van de bevolking was er tot 1 januari 2006 een verplichte ziekenfondsverzekering. Een ander deel was aangewezen op een particuliere verzekering, waarbij voor sommige risicogroepen de mogelijkheid bestond een wettelijk vastgestelde standaardpakketpolis af te sluiten.

Voor bepaalde groepen ambtenaren bestonden er specifieke, verplichte publiekrechtelijke ziektekostenverzekeringen.

Met ingang van 1 januari 2006 is een einde gemaakt aan deze verbrokkelde situatie door het realiseren van één wettelijk verzekeringsregime voor alle ingezetenen van Nederland, de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Dit nieuwe verzekeringsregime dient zoveel mogelijk bij te dragen aan een doelmatige en kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg.

Een aantal verworvenheden, zoals ruimte voor particulier initiatief, een relatief sterke private grondslag met de daarbij behorende financiële verantwoordelijkheid van ziektekostenverzekeraars en een goede toegankelijkheid zijn zoveel als mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt.

Bron: Ziektekostenverzekeringen in Nederland, VWS, 1 september 2005.

Top



Organisatie / planning m.i.v. 1 januari 2006

Tegelijk met de Zorgverzekeringswet treedt de Wet op de zorgtoeslag in werking.
Op grond van deze wet kunnen mensen voor wie de nominale premie in verhouding tot hun inkomen te hoog is, een toeslag krijgen. De Belastingdienst keert deze toeslag uit.

Bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor een toeslag wordt het inkomen van een eventuele partner mee in aanmerking genomen.

Vanaf 1 januari 2006 zijn de Ziekenfondswet, de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 en de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden ingetrokken. Ziekenfondsverzekering en Wtz-verzekeringen zijn daarmee vervallen.

Particuliere ziektekostenverzekeringen en publiekrechtelijke ziektekostenregelingen voor ambtenaren vervallen voor zover het pakket wordt gedekt door dat van de Zorgverzekeringswet of een buitenlands verzekeringspakket dat op iemand van toepassing is door de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (hierna te noemen de Verordening), de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER), de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds en de Zwitserse Bondstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, of een met andere landen gesloten bilateraal socialezekerheidsverdragen waarin een regeling voor de verlening van medische zorg is opgenomen.

Bron: Ziektekostenverzekeringen in Nederland, VWS, 1 september 2005.


Top

Grensoverschrijdende zorg

Door de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet wordt de gehele bevolking opgenomen in een sociale ziektekostenverzekering. Daarmee komt een einde aan de in Europa unieke positie van Nederland waarbij circa 30 procent van de bevolking voor de geneeskundige zorg is aangewezen op het sluiten van een particuliere verzekering op de vrije markt. De Zorgverzekeringswet zal bij de Europese Commissie worden aangemeld als socialeverzekeringswet in de zin van de Europese socialezekerheidsverordening nr. 1408/71. Daaruit kan voortvloeien dat mensen die buiten Nederland wonen, onderworpen raken aan de Nederlandse socialezekerheidswetgeving en daardoor de verplichting krijgen om een zorgverzekering te sluiten. Dat betreft de categorie van personen die in Nederland werken. Deze personen zijn op grond van de Nederlandse wetgeving premie verschuldigd.

Daarnaast is er een categorie van personen die niet in Nederland werken, maar die als rechthebbende op een Nederlands pensioen als gevolg van de toepassing van de Europese sociale-zekerheidsverordening of een socialezekerheidsverdrag in het woonland, recht hebben op zorg ten laste van Nederland. Tegenover dit verdragsrecht op zorg is in de desbetreffende internationale regelingen bepaald dat de staat die de kosten voor de medische zorg voor zijn rekening moet nemen, daarvoor premie in rekening mag brengen. In het wetsvoorstel is de basis voor deze premieheffing gelegd. Beoogd wordt voor deze categorie een nominale premie vast te stellen, gebaseerd op de gemiddeld in Nederland in rekening gebrachte premie. De inkomensafhankelijke bijdrage van verzekeringsplichtigen wordt op dezelfde wijze geheven als het geval is bij mensen die in Nederland wonen.

De Europese socialezekerheidsverordening en de door Nederland gesloten socialezekerheidsverdragen schrijven voor dat de medische zorg waarop iemand op grond van de verordening of een verdrag recht heeft, wordt verleend overeenkomstig de regels die gelden krachtens de sociale ziektekostenverzekering van het land waar die zorg wordt verleend. Dus een Nederlandse verzekerde die woont of verblijft in bijvoorbeeld Frankrijk, krijgt van de Franse sociale ziektekostenverzekering medische zorg overeenkomstig de Franse wetgeving. De kosten van die zorg komen ten laste van de Nederlandse zorgverzekering. Voor de voormalig ziekenfondsverzekerden is dit een bekend fenomeen, voor de voormalig particulier verzekerden is dit een nieuwe situatie.

Voor mensen die in het buitenland wonen en op grond van een door Nederland met een ander land gesloten socialezekerheidsverdrag of de Europese socialezekerheidsverordening recht hebben op medische zorg ten laste van Nederland, wordt geregeld dat zij zich moeten registreren bij het CVZ. Dat College regelt vervolgens met het andere land de afwikkeling van de kosten die dat andere land maakt voor de medische verzorging van de betrokkene. Deze situatie wijkt af van de huidige situatie in de ziekenfondsverzekering, waarbij de betrokkenen de verplichting hebben zich in te schrijven bij een aangewezen ziekenfonds. Omdat een zodanige aanwijzing in de nieuwe situatie van de Zorgverzekeringswet gezien kan worden als een verstoring van de marktverhoudingen en een zorgverzekeraar geen invloed kan uitoefenen op de zorgconsumptie en de kosten daarvan in het andere land, is gekozen voor registratie bij het CVZ. Hiermee is een "marktneutrale" oplossing gevonden waarbij, wat betreft de premie die betrokkenen moeten betalen, de winstcomponent buiten beschouwing kan blijven. Het College heeft hiertoe desgevraagd geadviseerd in het rapport "Internationale aspecten Zorgverzekeringswet" van 29 januari 2004, volgnummer 23098110.

Daarnaast is het nodig om op internationaal niveau een regeling te treffen voor de situatie waarin buitenlandse sociaal verzekerden medische zorg nodig hebben in Nederland. Ook hier geldt de regel dat die buitenlandse verzekerden in Nederland zorg krijgen volgens de Nederlandse wetgeving. De Zorgverzekeringswet biedt echter een scala van mogelijkheden aan de burger om zelf een variant van de zorgverzekering te kiezen, zodat niet zonder meer duidelijk is wat de regels zijn volgens welke de medische zorg in Nederland aan een buitenlandse verzekerde moet worden verleend. Zo zal onder meer bepaald moeten worden op welke manier de functiegericht omschreven verzekeringsrechten moeten worden geduid en of de zorg in natura moet worden verleend dan wel dat aan de betrokkene de kosten moeten worden terugbetaald voor de zorg die hij zelf heeft ingeroepen. Om te bepalen waarop de buitenlandse verzekerden in Nederland aanspraak hebben, zal Nederland aan de andere lidstaten van de Europese Unie en de landen waarmee Nederland bilaterale socialezekerheidsverdragen over het verlenen van medische zorg heeft gesloten, voorstellen om een modelovereenkomst in het kader van de met die landen geldende internationale regelingen vast te stellen. Daarbij zal worden aangesloten aan de internationale oplossingen die zijn gevonden door Zwitserland, dat een verzekeringssysteem kent dat sterk overeenkomt met dat van de Zorgverzekeringswet.

Bron: Zorgverzekeringswet, Toelichting en artikelgewijze toelichting, p. 53.

Top



Kwaliteit

"Het maakt voor de werking van de Kwaliteitswet niet uit, waar de zorg wordt verleend: alle zorg die wordt verleend door instellingen, zowel binnen de muren van een inrichting, dus intramuraal, als ook extramuraal, bijvoorbeeld in een (door de instelling gehuurde en geëxploiteerde) woning voor gehandicapten of bij patiënten of cliënten thuis, valt onder de reikwijdte van de Kwaliteitswet.

De kwaliteit van zorgverlening door personen (individuele beroepsbeoefenaars) wordt bewaakt door de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Artikel 40 van die wet legt de beroepsbeoefenaars een overeenkomstige plicht op als de Kwaliteitswet de zorgaanbieder in het kader van de instelling, namelijk tot het leveren van verantwoorde zorg."

Bron: BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, 13 mei 2003, TK 2002-2003, 28 489, nr. 9.

Eerst verantwoordelijke voor het goed functioneren van haar organisatie is de zorginstelling zelf. Behalve de verantwoordelijkheid voor het leveren van verantwoorde zorg zoals omschreven in de Kwaliteitswet zorginstellingen, betreft dit ook het financieel beheer. Het toezicht hierop ligt in handen van het instellingsbestuur of haar Raad van Toezicht.

Het toezicht op het functioneren van zorgaanbieders berust, voor wat betreft de kwaliteit van de zorg, bij de IGZ. Verzekeraars sluiten voorts overeenkomsten met de zorgaanbieders betreffende kwaliteit en doelmatigheid en dienen na te gaan of de overeenkomsten worden nageleefd. Het is in het kader van de maatschappelijke ontwikkelingen op het terrein van verantwoording en toezicht van belang dat verzekeraars voldoende accent leggen op de naleving van de gesloten overeenkomsten.

Toezicht maakt deel uit van een gesloten systeem van sturen, beheersen, verantwoorden, toezicht. In dit verband is tevens van belang dat er voldoende adequate sturingsinstrumenten beschikbaar zijn. Met de inwerkingtreding van de Kwaliteitswet zorginstellingen is de mogelijkheid vervallen om in het kader van de toelating voorschriften en beperkingen te stellen. We achten het van belang dit instrument opnieuw invulling te geven. Het betreft voorschriften op grond waarvan gewaarborgd is dat toegelaten instellingen de volledige verstrekking leveren waarop verzekerden aanspraak hebben; dat instellingen niet gericht mogen zijn op het maken van winst alsmede nadere voorschriften en beperkingen. Bij de instellingen zal worden gecontroleerd of op voldoende wijze invulling aan de toelatingscriteria wordt gegeven. [Zorgnota 2000, p. 148 e.v.]

Top



Medisch-ethisch

Medische biotechnologie gaat in de toekomst een steeds belangrijker rol spelen bij de preventie, diagnostiek en behandeling van ziekten.

De gezondheidszorg zal (mede) hierdoor ingrijpend veranderen. Sinds het menselijk genoom volledig in kaart is gebracht, staat de weg technisch open voor grote vorderingen op het terrein van de genetische diagnostiek en behandeling. Het genoom is de verzameling van alle genen, de dragers van het erfelijk materiaal. Genetische diagnostiek, oftewel DNA-onderzoek, maakt het mogelijk om de aanleg voor een ziekte al in een vroeg stadium op te sporen. Met die kennis kunnen preventieve maatregelen worden genomen. Zo wordt de kans kleiner dat de opgespoorde aanleg zich tot een ziekte ontwikkelt. Daarnaast wordt genetische diagnostiek steeds belangrijker als informatiebron om de beste keuze te kunnen maken bij de behandeling van patiënten.

Medische biotechnologie genereert naast nieuwe diagnostische mogelijkheden ook steeds meer mogelijkheden voor behandeling. Er zijn mogelijkheden toepasbaar en in ontwikkeling op het terrein van geneesmiddelen, vaccins, gentherapie en de behandeling met stamcellen. Biotechnologische geneesmiddelen en vaccins moeten een uitkomst bieden in de behandeling van bijvoorbeeld kanker, hart- en vaatziekten, diabetes en virusziekten zoals AIDS. Een voorbeeld van een biotechnologisch geneesmiddel is de behandeling met een menseigen stollingsstof voor hemofiliepatiënten. Gentherapie en de behandeling met stamcellen zijn nog experimenteel. Gentherapie is een speciale vorm van behandeling met een biotechnologisch geneesmiddel. De therapie bestaat uit het vervangen van een kapot gen door een goed functionerend gen om zo de ziekte te genezen. Aan stamceltherapie wordt hard gewerkt om mogelijkheden te kunnen bieden voor de reparatie of zelfs de creatie van weefsels of organen.

VWS ziet grote kansen in de toepassing van medische biotechnologie en ondersteunt onderzoek op dit terrein. Samen met de ministeries van VROM, LNV, EZ, OCW en Justitie werkt het ministerie aan de verdere ontwikkeling van beleid op het terrein van medische biotechnologie. Zij stemt daarover nauw af met betrokken partijen in het veld. Hiervoor heeft VWS het Forum Biotechnologie en Genetica opgericht.

Bron: VWS, Dossier, 2-6-2006.


Top
Latest update: 31 oktober 2006.
Home