"In de afgelopen jaren hebben wij uw Kamer herhaaldelijk geïnformeerd over de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA). Door middel van deze brief willen wij u opnieuw op de hoogte brengen van enkele recente ontwikkelingen.
In december 2000 heeft het kabinet - mede gelet op Europese ontwikkelingen - besloten tot de instelling van de Nederlandse Voedselautoriteit (NVA).
Deze autoriteit kreeg een aantal kerntaken, te weten onafhankelijk onderzoek en risicobeoordeling, risicocommunicatie en toezicht op de uitoefening van taken van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) en de Keuringsdienst van Waren (KvW). Het NVA-concept
werd - mede op verzoek van maatschappelijke organisaties en op aandringen van uw Kamer - begin 2002 verbreed door beide genoemde inspectiediensten (RVV en KvW) in de NVA onder te brengen.
De NVA werd vanaf dat moment aangeduid als Voedsel- en Warenautoriteit.
Vervolgens is met voortvarendheid de opbouw van de VWA gestart. De VWA bestaat momenteel uit een holding (de Centrale Eenheid) en een tweetal werkmaatschappijen (de RVV en de KvW).
De Centrale Eenheid houdt zich in het bijzonder bezig met strategieontwikkeling ten aanzien van toezicht, risicobeoordeling en risicocommunicatie, onderzoeksprogrammering en beleidsadvisering aan de betrokken bewindspersonen.
De oorspronkelijke taken van de RVV en de KvW, zoals (EU-)wettelijk vastgelegd, zijn ondergebracht bij de VWA. De beheersmatige verantwoordelijkheid voor de VWA werd ondergebracht bij de minister van VWS.
In het hoofdlijnenakkoord heeft het kabinet aangegeven de beheersmatige verantwoordelijkheid van de VWA te willen verschuiven van de minister van VWS naar de minister van LNV. Dit heeft met ingang van 27 mei 2003
zijn beslag gekregen (KB 2 juni 2003; Stbl. 2003, nr. 240).
Het opdrachtgeverschap veranderde daardoor niet. LNV en VWS zijn opdrachtgever van de RVV-taken en VWS is de opdrachtgever van de KvW-taken.
…Wij signaleren een spanningsveld tussen enerzijds de inspectietaak en anderzijds de advies- en onderzoekstaak van de VWA. De volledige ministeriële verantwoordelijkheid is voor de inspectietaken van de VWA is essentieel. Immers, de uitvoering en handhaving van het beleid behoren tot de wezenlijke taken van de overheid. Dit komt tot uitdrukking in het feit dat de oorspronkelijke taken en bevoegdheden die de KvW heeft als onderdeel van het Staatstoezicht op de volksgezondheid volledig blijven bestaan. De directeur-generaal van de VWA is formeel ook Hoofdinspecteur van dat Staatstoezicht. De ministeriële verantwoordelijkheid voor de inspectiediensten hangt ook samen met de Europese context. De verantwoordelijke minister kan namelijk door zijn buitenlandse ambtgenoten ter verantwoording worden geroepen over het functioneren van zijn inspectiediensten, in het bijzonder bij uitbraken van dierziekten.
Diezelfde mate van ministeriële verantwoordelijkheid is daarentegen niet gewenst inzake de advies- en onderzoekstaak van de VWA. Om de adviesen onderzoekstaak van de VWA autoriteit te laten verkrijgen, moet de VWA deze taken namelijk onafhankelijk kunnen uitvoeren. Daarbij gaat het niet alleen om een onafhankelijke rol ten opzichte van de ministers, maar moet ook de schijn van verstrengeling met de rol van de inspectiediensten worden vermeden. Wij zijn derhalve van oordeel dat de onafhankelijke positie van het advies- en onderzoeksdeel van de VWA voor het gehele werkveld beter moet worden geborgd en duidelijker moet worden gepositioneerd…"
Top |
Terug naar: Regelgeving. | Latest update: 28 oktober 2006. |