Wet van 20 juni 2002, houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo’s (Embryowet),
Stb. 2002, 338;

Iwtr: 1 september 2002
(Besluit van 4 juli 2002, houdende inwerkingtreding van de Embryowet, Stb. 2002, 359).


Toelichting Embryowet
Gekozen is voor een systeem van normering, formulering van rechten en afbakening van verantwoordelijkheden enerzijds en protocollering, verslaglegging en rapportage anderzijds. In het onderstaande wordt allereerst aangegeven hoe het systeem is opgezet. Vervolgens worden de hoofdlijnen van het wetsvoorstel geschetst die in de volgende paragrafen van de toelichting nader worden besproken.

Het wetsvoorstel trekt concrete grenzen door enkele handelingen met geslachtscellen of embryo’s totaal te verbieden. Andere handelingen mogen slechts plaats vinden voor in de wet aangegeven doeleinden en onder wettelijke geregelde voorwaarden. Dit houdt in dat meerderjarigen onder in het wetsvoorstel geformuleerde voorwaarden geslachtscellen of embryo’s ter beschikking kunnen stellen voor ander gebruik dan de eigen zwangerschap.
Het kan gaan om reeds beschikbare geslachtscellen en embryo’s die niet meer voor een eigen zwangerschap worden gebruikt, maar ook om geslachtscellen die met het oog op dat andere gebruik zijn verkregen en om embryo’s die uitsluitend voor dat andere gebruik tot stand zijn gebracht. Ander gebruik kan zijn gebruik voor de zwangerschap van een ander (donatie), voor wetenschappelijk onderzoek of voor het in kweek brengen van embryonale cellen.
Dit laatste verkeert thans nog in het stadium van wetenschappelijk onderzoek. Aan regulier gebruik van geslachtscellen en embryo’s voor de eigen zwangerschap, in het kader van IVF of kunstmatige inseminatie donor, stelt het wetsvoorstel geen bijzondere eisen.

Aan het verrichten van wetenschappelijk onderzoek met embryo’s die na of bij dat onderzoek teloor zullen gaan stelt het wetsvoorstel strikte voorwaarden.

Ook aan wetenschappelijk onderzoek met embryo’s waarmee zwangerschap tot stand wordt gebracht en aan wetenschappelijk onderzoek met een foetus in de baarmoeder stelt het wetsvoorstel strikte voorwaarden.

Bron: MvT, TK 2000–2001, 27 423, nr. 3.

Top


Evaluatie Embryowet
De Embryowet – op 1 september 2002 in werking getreden – stelt grenzen aan handelingen met geslachtscellen en embryo’s door te verbieden wat ontoelaatbaar wordt geacht en andere handelingen aan voorwaarden te binden. De wetgever heeft getracht een evenwicht te vinden tussen respect voor de menselijke waardigheid en het menselijk leven en andere waarden, zoals de genezing van zieken of de bevordering van hun gezondheid en het welzijn van onvruchtbare paren en het toekomstige kind.
Uit respect voor het menselijk leven stelt de wet voorwaarden en grenzen aan het gebruik van geslachtscellen en embryo’s en beperkt de wet de doeleinden waarvoor deze mogen worden gebruikt. Uitgangspunt is dat de meeste groepen in de samenleving zich in de gemaakte afwegingen moeten kunnen vinden en dat de keuzes een zekere bestendigheid hebben bij voortschrijding van de medische mogelijkheden.

Gekozen is voor een systeem van normering, formulering van rechten en afbakening van verantwoordelijkheden enerzijds en protocollering, verslaglegging en rapportage anderzijds. De wet bevat de constructie dat het verbod om een embryo speciaal tot stand te brengen en te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het bewerkstelligen van een zwangerschap, vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De voordracht voor dit besluit wordt gedaan binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet.

Nederland heeft rekening te houden met het Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde (VRMB). De belangrijkste bepaling in verband met de Embryowet verplicht een verdragstaat het embryo voldoende bescherming te bieden indien de wet het doen van onderzoek met embryo’s toelaat. Dit verdrag, dat ook enkele relevante additionele protocollen kent, is door Nederland ondertekend maar nog niet geratificeerd.

Bron: Evaluatie Embryowet, Den Haag: ZonMw, januari 2006, Reeks evaluatie regelgeving: deel 20, door de staatssecretaris van VWS aangeboden aan de TK op 9 maart 2006.


Top


Bij brief van 19 mei 2006 meldt de staatssecretaris van VWS aan de TK dat deze uiterlijk in september 2006 haar reactie op de evaluatie van de Embryowet tegemoet kan zien.


Top


Mede namens de minister van Justitie heeft staatssecretaris Ross de Tweede Kamer het standpunt op de evaluatie van de Embryowet vandaag aangeboden.Volgens de bewindslieden levert de evaluatie een gemengd beeld over de wenselijkheid van de opheffing van het speciaal tot stand brengen van embryo’s. Het besluit over het verbod moet voor 1 september 2007 worden genomen.

De Embryowet wordt wel op punten aangepast. Iedere individuele donatie van eicellen voor een zwangerschap van een ander moet getoetst worden door de medisch-ethische toetsingscommissie en de aanbeveling om de donatie door een onafhankelijke psychosociale counsellor te laten toetsen wordt overgenomen. Aan de beroepsgroep wordt om een richtlijn gevraagd over de beperking van gezondheidsrisico’s bij donatie van eicellen.

Het verbod op financieel gewin bij terbeschikkingstelling van geslachtscellen en embryo’s blijft in stand. De in de Evaluatie Embryowet aanbevolen versoepeling van het verbod op geslachtsselectie wordt niet overgenomen

Bron: Nieuwsbericht VWS van 05/10/2006.



Top
Terug naar: Wetgeving.
Latest update: 31 oktober 2006.
Home