|
Wet van 29 oktober 1992, Stb. 669, tot vervanging van de Wet van 27 april 1884, Stb. 96,
tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, zoals deze luidde met ingang van 5 mei 1995 | |
|---|---|
| Bron Wet van 29 oktober 1992 |
Beschikking van de Minister van Justitie van
30 mei 1995, houdende plaatsing in het
Staatsblad van de tekst van de Wet bijzondere
opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen,
zoals deze luidt met ingang van 5 mei 1995, Stb. 1995, 290. |
| Inwerkingtreding: 17 januari 1994. | |
Wet van 10 april 1997, houdende een aantal wijzigingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, ,
Iwtr.:
|
|
| Bron | Stb. 1997, 271. |
| Iwtr. | de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst (Artikel II).
|
Wet van 17 december 1997, |
|
| Bron | Stb. 1997, 660. |
| Iwtr. | ...
|
Wet van 22 juni 2000, houdende een aantal wijzigingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen op technische punten onder meer naar aanleiding van de evaluatie, Stb. 2000, 292.
|
|
| Bron | Stb. 2000, 292. |
| Inwerkingtreding: | |
| 1 december 2000 | Besluit van 2 oktober 2000, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 22 juni 2000, houdende een aantal wijzigingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen op technische punten onder meer naar aanleiding van de evaluatie (Stb. 292),
Stb. 2000, 420. |
| 1 februari 2002 | Besluit van 5 december 2001, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 22 juni 2000, houdende een aantal wijzigingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen op technische punten onder meer naar aanleiding van de evaluatie (Stb. 292) en van het besluit van 2 april 2001 tot wijziging van het Besluit klachtenbehandeling Bopz en het Besluit administratieve bepalingen Bopz (Stb. 214),
Stb. 2001, 657. |
| 1 september 2002 |
Besluit van 5 juli 2002, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen H en J, van de wet van 22 juni 2000, houdende een aantal wijzigingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen op technische punten onder meer naar aanleiding van de evaluatie (Stb. 292),
Stb. 2002, 363. |
Wet van 6 december 2001 |
|
| Bron | Stb. 2001, 581 | ;
| Iwtr. | 17 januari 1994 (bij Besluit van de minister van Justitie van 21 december 1993, Stb. 1993, 755). |
Wet van 13 juli 2002 tot wijziging van de Wet bijzondere
opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (voorwaardelijke machtiging en
observatiemachtiging) |
|
| Bron | Stb. 2002, 431. |
| Inwerkingtreding | |
| 01-01-2004 | Besluit van 4 november 2003, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 13 juli 2002 tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (voorwaardelijke machtiging en observatiemachtiging) (Stb. 431) en het besluit van 17 juli 2003, houdende wijziging van het Besluit patiëntenvertrouwenspersoon Bopz en het Besluit administratieve bepalingen Bopz (Stb. 322), Stb. 2002, 467. |
| 01-01-2006 | Besluit van 2
september 2005, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van
de wet van 13 juli 2002 tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen
psychiatrische ziekenhuizen (voorwaardelijke machtiging en observatiemachtiging)
(Stb. 431), Stb.
2005, 492.
|
Wet van 3 februari 2005 tot wijziging van de Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen in verband met het
verbeteren van enkele onvolkomenheden in de regels over de voorwaardelijke
machtiging en de observatiemachtiging |
|
| Bron | Stb. 2005, 95. |
| Iwtr. | Deze wet treedt in
werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel D, met betrekking tot § 1b,
de onderdelen F, I en de artikelen VI en VII van de wet van 13 juli 2002 tot
wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
(voorwaardelijke machtiging en observatiemachtiging) (Stb. 431) in werking
treden (ARTIKEL III).
|
Wet van 17 november 2005 tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en enige andere wetten in verband met de aanpassing van de in deze wet opgenomen klachtregeling
|
|
| Bron | Stb. 2005, 617. |
| Iwtr. | 1 maart 2006 (Besluit van
3 januari 2006, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van
de wet van 17 november 2005 tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in
psychiatrische ziekenhuizen en enige andere wetten in verband met de aanpassing
van de klachtenregeling (Stb. 617),
Stb. 2006, 47. |
Toelichting
De Wet Bopz ziet op onvrijwillige opnemingen in de psychiatrie, psychogeriatrie en verstandelijk gehandicaptenzorg. In artikel 71 van de Wet Bopz is bepaald dat de wet binnen drie jaar na inwerkingtreding, en vervolgens om de vijf jaar, dient te worden geëvalueerd. Teneinde aan deze wettelijke verplichting te voldoen, is eind 1994 een commissie van advies ten behoeve van deze eerste evaluatie ingesteld. Deze commissie bracht in november 1996 haar rapport uit, getiteld «Wet BOPZ evaluatierapport, tussen invoering en praktijk». In dit rapport, waaraan tien deelrapporten ten grondslag liggen, formuleert de commissie 43 aanbevelingen. Een aantal daarvan betreft de wet zelf en is derhalve gericht tot de wetgever. Andere aanbevelingen betreffen de uitvoering van de wet en richten zich tot de organisaties en personen die bij deze uitvoering zijn betrokken. In het kabinetsstandpunt is tevens het advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, getiteld «Beter (z)onder dwang?», in aanmerking genomen. Dit advies handelt over een in het kader van de evaluatie van de Wet Bopz zeer relevant onderwerp: de mogelijkheden en beperkingen van de toepassing van dwang en drang bij personen met een geestesstoornis. Bij brief 5 november 2001 heeft de minister van VWS, mede namens de Minister van Justitie, het kabinetsstandpunt op de evaluatie van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) medegedeeld aan de Voorzitter van de Tweede Kamer. |
Top |
Terug naar: Wetgeving. | Latest update: 28 oktober 2006. |