Regelgeving ex AWBZ
Besluit
van 15 december 2005, houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur
in verband met de invoering van de Zorgverzekeringswet (Aanpassingsbesluit
Zorgverzekeringswet),
Stb. 2005, 690;
Iwtr.:
1. Dit besluit treedt
in werking met ingang van 1 januari 2006.
2. In afwijking van het eerste lid:
a. treden de artikelen
1.7, onderdeel A, 1.10, onderdelen B, C, D, F, wat betreft artikel 13, tweede
lid, en H, tweede lid, 1.13, onderdelen H, K en L, 1.18, onderdelen A tot en
met D, en 1.20, onderdeel A, in werking met ingang van 1 januari 2007;
b. treedt artikel
1.11, onderdelen A en B, in werking op een bij koninklijk besluit vast te
stellen tijdstip en werken deze onderdelen terug tot en met 1 januari 2006;
c. treedt artikel 2.3 in werking op een bij
koninklijk besluit vast te stellen tijdstip en werkt het terug tot en met 1
januari 2006;
d. treden de artikelen
1.2, 1.5, 1.6, onderdeel B, 1.15, 1.16, 2.2, onderdeel A, 2.7, onderdeel A,
6.1, 6.2, 6.4, 8.4 en 8.8 in werking op het tijdstip waarop de Wet toelating zorginstellingen in werking
treedt;
e. treden de artikelen
6.3 en 6.5 in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, met dien
verstande dat zij, indien de Wet toelating zorginstellingen in werking is
getreden voor de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dat koninklijk
besluit wordt geplaatst, in werking treden met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van dat Staatsblad en terugwerken tot het tijdstip waarop die wet
in werking is getreden.
3. Artikel 1.17,
onderdeel A, werkt terug tot en met 16 april 2004 (Artikel 9.2).
Nota van Toelichting
De Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet (I+A-wet Zvw) regelt, in verband met de
inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet op de zorgtoeslag
(Wzt), de intrekking van de Ziekenfondswet (Zfw), de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen 1998 (Wtz 1998), de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging
oudere ziekenfondsverzekerden (Wet MOOZ) en een groot aantal andere wetten. Ook
bevat de I+A-wet Zvw wijzigingen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ) en vele andere wetten die met de invoering van de Zvw en de Wzt
samenhangen, wijzigingen in de Zvw en de Wzt en een aantal overgangsrechtelijke
bepalingen die noodzakelijk zijn met het oog op de intrekking van de reeds
genoemde wetten en zorgvuldige invoering van de Zvw en de Wzt.
Door de intrekking van de Zfw, de Wtz 1998, de Wet MOOZ en andere wetten komen van rechtswege alle op
die wetten gebaseerde algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) en alle
op die wetten en amvb’s gebaseerde ministeriële regelingen te
vervallen. Ook regelingen van andere bestuursorganen dan de minister (zoals het
College voor zorgverzekeringen [CVZ], het College toezicht zorgverzekeringen
[CTZ] en de Stichting uitvoeringsorganisatie omslagregeling [Suo]) die zijn
vastgesteld op grond van een bij of krachtens de genoemde wetten toegekende
bevoegdheid, komen met de intrekking van de wetten en het vervallen van de
amvb’s en regelingen van rechtswege te vervallen.
Beschikkingen van de minister of de genoemde andere bestuursorganen die zijn vastgesteld of genomen
op grond van een bij of krachtens de genoemde wetten toegekende bevoegdheid,
hebben nog slechts betekenis voor zover het de correcte afwikkeling van de
vervallen wetgeving betreft.
In bijlage 1 bij deze nota is een overzicht opgenomen van de amvb’s en regelingen die van
rechtswege zijn komen te vervallen. Aldus ontstaat voor eenieder maximale
duidelijkheid omtrent de effecten van deze wetgevingsoperatie voor de geldende
regelgeving.
Op de inwerkingtreding van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi), waarbij o.a. het
toelatingsstelsel van de Zfw en de AWBZ wordt vervangen door een toelating op
grond van de WTZi, heeft gevolgen voor de lagere regelgeving. De wet vervangt
de Wet ziekenhuisvoorzieningen (Wzv) en voorziet dan ook in intrekking van die
wet; zij bevat ook een overgangsrechtelijke bepaling die een deel van de
uitvoeringsregelgeving op grond van de Wzv op nieuwe grondslag doet
voortbestaan; deels wordt die regelgeving overigens in het Uitvoeringsbesluit
WTZi en de Regeling verslaggeving WTZi aangepast dan wel alsnog ingetrokken. De
toelichting bij de genoemde regeling bevat een opsomming van regelgeving op
basis van de Wzv die door intrekking van die wet van rechtswege is komen te
vervallen.
De WTZi voorziet ook in intrekking van de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke
dienstverlening (TVwmd); ook uitvoeringsregelgeving op grond van die wet (vaak
eveneens berustend op de AWBZ) verliest daarmee haar rechtsbasis en vervalt dus
van rechtswege; daarom is ook die regelgeving in bijlage 1 opgenomen.
De WTZi regelt de toelating van instellingen die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat ingevolge
de AWBZ of ingevolge de zorgverzekering, geregeld in de Zvw. De WTZi bevat in
verband daarmee een wijziging van de AWBZ die bestaat uit het schrappen van de
bepalingen inzake toelating van zorginstellingen (artt. 8 tot en met 8h van de
AWBZ). De in het verleden afgegeven beschikkingen inzake erkenning of toelating
op grond van de AWBZ of de Zfw verliezen daarmee hun werking (ook deze zijn in
bijlage 1 opgenomen). In artikel 41 van de WTZi is overigens erin voorzien dat
toelatingen op grond van de Zfw en AWBZ gelden als toelating ingevolge die wet.
Ý
Besluit van 29 november 2001, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een
uitkering aan gemeenten om te voorzien in de kosten van voorzieningen aan
gehandicapten die verblijven in een instelling die ingevolge artikel 8 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is toegelaten (Besluit
bijdrage AWBZ-gemeenten),
Stb. 2001, 627;
Iwtr.: met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001 (Artikel 4).
[Regeling gaat vervallen per 01-01-2007]
Ý
Besluit van 13 augustus 2004, houdende aanwijzing van gevallen waarin een
uitvoeringsorgaan mag afwijken van de verplichting om met iedere instelling op
haar verzoek een overeenkomst te sluiten als bedoeld in artikel 42, eerste lid,
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(Besluit opheffing contracteerplicht extramurale zorg AWBZ),
Stb. 2004, 419;
Iwtr.: de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst (Artikel 2).
Ý
Besluit van 25 oktober 2002, houdende hernieuwde vaststelling van de aard, inhoud en
omvang van de zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten en wijziging van andere besluiten in verband daarmee (Besluit
zorgaanspraken AWBZ),
Stb. 2002, 527;
Iwtr. met uitzondering van artikel 31, onderdeel G, voor zover het betreft het
zinsdeel «of een psychiatrische aandoening» en de artikelen 37 en
38: 1 april 2003 (Besluit van 9 december 2002 tot vaststelling van het tijdstip van
inwerkingtreding van een aantal artikelen van het Besluit zorgaanspraken AWBZ,
Stb. 2003, 625).
Gewijzigd bij:
Besluit van 2 juni 2004, houdende wijziging van het Besluit zorgaanspraken AWBZ in
verband met wijziging van de aanspraak op psychotherapeutische behandeling en
het Bijdragebesluit zorg in verband met een technische wijziging,
Stb. 2004, 257;
Iwtr.: op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Na inwerkingtreding van
dit besluit werkt het op grond van artikel I aan artikel 8 van het Besluit
zorgaanspraken AWBZ toegevoegde vierde lid terug tot en met 1 januari 2004
(Artikel IV).
Ý
Nota van
Toelichting
Met het onderhavige besluit zijn de aanspraken op grond van artikel 6, eerste lid, van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) opnieuw geregeld in een nieuw besluit: het
Besluit zorgaanspraken AWBZ. Het Besluit zorgaanspraken bijzondere
ziektekostenverzekering is dan ook ingetrokken. Het Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering, het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet
ziekenhuisvoorzieningen, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994, het
Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, het
Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering, het Besluit werkingssfeer
maximumtarieven WTG 1992, het Besluit werkingsfeer WTG 1992, het
Bijdragebesluit zorg en het Zorgindicatiebesluit zijn in verband met het nieuwe
besluit gewijzigd en het Besluit regeling vergoeding Bijzondere
Ziektekostenverzekering is ingetrokken. Daarmee is uitvoering gegeven aan de
voornemens met betrekking tot de modernisering van de AWBZ, zoals die onder
meer in de brieven van 17 juli 2001 (Kamerstukken II 2001/02, 26 631 en 25 659,
nr. 14), 9 november 2001 (Kamerstukken II 2001/02, 26 631 en 25 657, nr. 16),
28 februari 2002 (Kamerstukken II 2001/02, 26 631, nr. 18), 19 april 2002
(Kamerstukken II 2001/02, 26 631 en 25 657, nr. 19), 15 juli 2002 (Kamerstukken
II 2001/02, 26 631, nr. 23), 18 september 2002 (Kamerstukken II 2002/03, 26
631, nr. 24) aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn aangekondigd.
Door het omzetten van de aanbodgestuurde, in sectoren onderverdeelde aanspraken in zorgaanspraken uitgedrukt
in functies worden deze voornemens gerealiseerd. Door het aldus definiëren
van de aanspraken in een beperkt aantal functies wordt de toegang, in casu de
indicatiestelling, vereenvoudigd en de
herindicatiepraktijk beperkt. Een vereenvoudiging die ook van toepassing is op
de eigen bijdragen. De deregulering voortvloeiend uit de modernisering leidt
tot een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten. Het in functies
definiëren van de aanspraken geeft bestaande aanbieders de ruimte AWBZ-breed
zorg te verlenen en ook nieuwe zorgaanbieders kunnen zich AWBZ-breed
manifesteren. Het creëren van deze ruimte legt de verantwoordelijkheden
terug bij de partijen in het veld.
Het is de bedoeling dat het onderhavige koninklijk besluit met ingang van 1 april 2003 in werking treedt. De
inwerkingtreding wordt geregeld bij een apart koninklijk besluit, omdat artikel
6, achtste lid, van de AWBZ een voorhangprocedure voorschrijft voor zover het
betreft de aanspraken op grond van artikel 6, eerste lid, van de AWBZ. Omdat
het doorvoeren van de wijzigingen van de overige algemene maatregelen van
bestuur afhangt van het doorgaan van de wijziging van de aanspraken, is er voor
gekozen ook de inwerkingtreding daarvan met dat koninklijk besluit te regelen.
Ten behoeve van de implementatie van de maatregelen heb ik op 14 februari 2002 aan het College
voor zorgverzekeringen (CVZ), het College tarieven gezondheidszorg (CTG) en het
College bouw ziekenhuisvoorzieningen (CBZ) een aantal uitvoeringskwesties
voorgelegd met daarbij een fasering in de tijd (1 april 2002, 1 juli 2002 en 1
september 2002) voor beantwoording. Het CVZ heeft gerapporteerd op 28 maart 2002 in zijn rapport
«Modernisering AWBZ Deel 1» (publicatienummer 89) en in zijn
brieven van 14 juni 2002, V&V/22026966, en van 14 augustus 2002,
V&VTOEL/22040392.
Het CBZ heeft op 18
maart 2002 (rapport «Uitvoeringstoets Modernisering AWBZ, rapportnummer
528) en op 8 juli 2002 (rapport «Uitvoeringstoets (tweede fase) inzake
Modernisering AWBZ», rapportnummer 535) gerapporteerd. Voorts heeft het
CTG op 19 juni 2002, AB/yb/tb/A/02/071, gerapporteerd. Bij het opstellen van
het onderhavige besluit zijn de opmerkingen van het CVZ, CTG en CBZ in
ogenschouw genomen.